Alleen in een vreemde stad

Sterke punten in de fotografie van Kim Bouvy (1974) zijn: Impressionistisch aandoende sferische invloeden op de stedelijke omgeving. Onconventionele kadreringen, waardoor de beelden iets en-passants en schurends krijgen. Haar ‘jonge hond’ neiging om zich niet te richten naar dominante stromingen in de hedendaagse (Nederlandse?) fotografie, gekenmerkt door enscenering, functionaliteit(kunst?) en verzameldrift.
Voor me ligt haar nieuwe boek: Phantom City – a photo novel (een verwijzing naar Alain Robbe-Grillets’ Topography of a phantom city). In aanloop leek het er op dat Kim zich van haar meer poëtische kant zou gaan laten zien. Dat is ook zo, maar anders dan ik had verwacht.
Haar nieuwere werk (van 2003-2009) lijkt een wat conventioneler karakter te krijgen. In het boek worden hoofdstukken met dit werk afgewisseld met sub-hoofdstukken, waarin ouder werk in combinatie met ‘gevonden’ beelden. Het toont een manier van ordenen dat in de richting van laatstgenoemde stroming doet neigen. Dat lijkt me niet de bedoeling. De hoofdstukken hebben mooie direkte titels als: Dawn, Grey Areas, Fog, Ruins, Dusk.
Maar.

Een jonge hond heeft de neiging alles tegelijk te willen. Hij kwispelt met zijn staart voor de één terwijl het spel met de ander aantrekkelijker lijkt. Zo is het ook wat met dit boek gesteld. Iets nieuws willen maken is een loffelijk streven, maar als je dat te graag wilt, wordt het wel eens wat rigide. Waar de teksten een nogal op bijv. Chris Marker (van wie ook een citaat) leunende poëtische toon aanslaan, lijkt Kim tenslotte alles op alle fronten te willen uitleggen.

Zo is er een plattegrond met daarop de situering van de foto’s.
Er is een lijstje ‘thumbnails’ met straatnamen en tijdstippen waarop de foto’s gemaakt werden, terwijl die foto’s nu juist zo graag iets a-functioneels hebben.
Een literatuurlijst, waarop ik slechts één fotoboek heb kunnen ontdekken, Victor Burgins’ Some Cities; ook daarin veel tekst. Gedurft in een fotoboek, maar zelfs in een roman is het niet gebruikelijk dat de schrijver er de boeken vermeldt nodig ter bestudering van het onderwerp.
Ik ben niet tegen teksten in een fotoboek, maar als ik echt iets over de stad wil weten, pak ik gerichte literatuur zoals Kim zelf kennelijk ook doet. Zo’n lijst is bij voorbaat onvolledig terwijl ik geïnteresseerd ben in Kims’ fotografie en de opvattingen die ze daarin laat zien, niet in wat ze allemaal al dan niet gelezen heeft. Je kunt als fotograaf een wetenschappelijke, politieke of filosofische instelling hebben, maar fotografie is fotografie. Interesses (onderwerpkeuze) en geaardheid van een fotograaf tonen zich in de beeldtaal. Zo komt het onnodig pretentieus over. Ook de fotobijschriften lijken er soms wat met de haren bijgesleept.
Waarom mag de beschouwer, filosoof dan wel vakgenoot, niet mee-fantaseren?
En is het hier bijvoorbeeld echt zo van belang dat het om Rotterdam gaat?

Kim houd van licht. Maar mooie, vrije, atmosferische beelden (zoiets als Monets’ tuinen, maar dan in de stad) waren deze keer niet echt de bedoeling. Al vrij snel wordt de beschouwer daarvoor gewaarschuwd: ‘If this were a dream everything would be in colour’. Zwart/wit en grauwheid waren meer in overeenstemming met de nagestreefde sfeer van hedendaagse stad als enorme opbouw- en afbraakmachine en over elkaar struikelende stedebouwkundige planningen.

Kim laat zien hoe wij als wezens ‘tegen’ zo’n stad kunnen aankijken. Vanaf onverwachte standpunten, zoals gebeurd wanneer je plots even een raam uitkijkt of opkijkt bij het vastzetten van je fiets. De stad wordt hier niet zozeer als bewoner gezien, maar vanuit het standpunt van de eenzame zwerver of zoals je een vreemde stad kunt ervaren wanneer je daar op een vroege ochtend aankomt, het leven er nog op gang moet komen. Het is echt niet gemakkelijk je eigen stad met de ogen van een vreemde te zien. Zou dit de manier zijn waarop mensen met Alzheimer hun omgeving ervaren?
Enkele foto’s in de hoofdstukken ‘Ruins’ en ‘Blindspots’ deden me denken aan werk van de Oost-Pruisisch/Amerikaanse Architect-Fotograaf Erich Mendelsohn (1887-1953). Het boekje zelf aan een veel luchtiger uitgave met gelijksoortig thema St Jean/La Chancellerie van Beat Streuli, het verslag van wandelingen aldaar. En dan is er nog dat boekje van Nobuyoshi Araki, waarin hij zijn wandelingen rond elke metrohalte vastlegde.

Ander werk van Kim kennende, vraag ik me af waar die verhevigde zware toon vandaan komt. Bij mij komt het over als een wat overtrokken vorm van ‘sturm und drang’. Persoonlijk had ik haar soms echt prachtige foto’s liever in een grotere maat gezien, zonder rugnaad. De ‘gevonden’ beelden, hoe mooi soms ook, had ik gewoon weggelaten. Dat had helemaal geen afbreuk hoeven doen aan Kims poëtische wens.

Mijn op- en aanmerkingen betekenen niet dat Phantom City – a photo novel geen mooi en gedurfd boek is, ingehouden vormgegeven en strak gedrukt. Wel iets voor heel specifieke Rotterdam fans en … heel specifiek geïnteresseerde fotografen. Dat is een pré in deze tijd van verzakelijkte uniformiteit, maar ik hoop dat Kim ook nog eens die ‘dream’ gaat maken.

Phantom City – a photo novel
Fotografie, tekst en samenstelling: Kim Bouvy
Paperback, ingenaaid,12×19 cm, 176 pagina’s, foto’s: veel
Ontwerp: Hansje van Halem
Druk: Calff & Meischke
Uitgever: Pels & Kemper
ISBN: 9789079372072
Prijs: €29.50

oa. te bestellen op:
http://projectsonpaper.bigcartel.com