De verzamelaar
| Vorige | Volgende |
12 september 2008 »
Onder de rook van Schiphol staat het huis van fotograaf Hans van den Bogaard en zijn echtgenote. In de woonkamer, die gedomineerd wordt door ramen, sieren vooral schilderijen de stukjes muur die er zijn. Van zijn verzameling, die toch ruim 300 stuks telt, is bijna niets te zien.
In de hal hangt een foto van Laura Samson, die hij ruilde tegen een foto van zichzelf, en in de woonkamer prijken twee prints van vroege ruimtefoto’s aan de muur. De rest van zijn verzameling bewaart hij zorgvuldig in enkele dozen in zijn atelier. Veel anonieme fotografen vinden we ertussen, zoals de fotograaf die een vertegenwoordiger in speelgoed fotografeerde voor zijn volgestouwde auto. Maar ook de sterren aan het fotografenfirmament zijn vertegenwoordigd met onder andere afleveringen van Alfred Stieglitz’ beroemde tijdschrift Camera Works, Arthur Felig (WeeGee) en Andre Kertesz.
Al vroeg in zijn leven was Hans van den Bogaard geïnteresseerd in plaatjes. Zijn grootmoeder was geabonneerd op de Katholieke Illustratie en als die van voor tot achter was gelezen knipte hij daar de foto’s uit die hem het meest aanspraken. Ook van de rest van zijn familie kreeg hij regelmatig tijdschriften die hetzelfde lot beschoren waren. Hele mappen vol had hij, maar hij heeft er niets van bewaard. Wel uit die tijd stammen een aantal portretjes die hij kocht op rommelmarkten. “Voor je het weet is het uit de hand gelopen en heb je het begin van een verzameling.”
De eerste doos die hij openmaakt lijkt dan ook wel wat op een schat uit een jongetjeskamer. Ansichtkaarten, cartes visites, de originele ronde afbeeldingen uit een Kodak box, daguerreotypieën… Het meest in het oog springt een heel klein albumpje met tin-typieën op postzegelformaat. De verzameling portretjes ging mee met een Amerikaanse cowboy als herinnering aan het thuisfront. Van den Bogaard kreeg het via een schoonzusje die de bezitter ervan verpleegde. Tijdens de vele gesprekken die ze voerden kwam aan de orde dat haar schoonbroer fotografie verzamelde en als dank schonk hij het albumpje aan haar. De man is inmiddels overleden, maar zíjn portretje ontbreekt nog in het album.
Eigenlijk kun je stellen dat Van den Bogaards verzameling heel organisch tot stand is gekomen. Regelmatig wordt hij benaderd door mensen die hun ‘waar’ vergezellen met opmerkingen als “Jij vindt die ouwe troep toch leuk?”. Zo redde hij onlangs een verzameling fotoalbums uit een bejaardentehuis in Amsterdam, waarvoor hij op zijn beurt onderdak kon regelen bij het Nederlands Fotomuseum. Een beetje tegenstrijdig met die, op het oog willekeurige, manier van verzamelen is zijn fascinatie voor fotografen met een vreemde obsessie voor een bepaald onderwerp. Edwin Hale Lincoln bijvoorbeeld, die met een vel papier als achtergrond de natuur introk om er alles wat bloeide te fotograferen. Of Edward Curtis, die zich volledig toelegde op het fotograferen van de indianenbevolking van Noord-Amerika en al doende bijna het leven verloor bij een vijandige stam.
Al vroeg in zijn leven was Hans van den Bogaard geïnteresseerd in plaatjes. Zijn grootmoeder was geabonneerd op de Katholieke Illustratie en als die van voor tot achter was gelezen knipte hij daar de foto’s uit die hem het meest aanspraken. Ook van de rest van zijn familie kreeg hij regelmatig tijdschriften die hetzelfde lot beschoren waren. Hele mappen vol had hij, maar hij heeft er niets van bewaard. Wel uit die tijd stammen een aantal portretjes die hij kocht op rommelmarkten. “Voor je het weet is het uit de hand gelopen en heb je het begin van een verzameling.”
De eerste doos die hij openmaakt lijkt dan ook wel wat op een schat uit een jongetjeskamer. Ansichtkaarten, cartes visites, de originele ronde afbeeldingen uit een Kodak box, daguerreotypieën… Het meest in het oog springt een heel klein albumpje met tin-typieën op postzegelformaat. De verzameling portretjes ging mee met een Amerikaanse cowboy als herinnering aan het thuisfront. Van den Bogaard kreeg het via een schoonzusje die de bezitter ervan verpleegde. Tijdens de vele gesprekken die ze voerden kwam aan de orde dat haar schoonbroer fotografie verzamelde en als dank schonk hij het albumpje aan haar. De man is inmiddels overleden, maar zíjn portretje ontbreekt nog in het album.
Eigenlijk kun je stellen dat Van den Bogaards verzameling heel organisch tot stand is gekomen. Regelmatig wordt hij benaderd door mensen die hun ‘waar’ vergezellen met opmerkingen als “Jij vindt die ouwe troep toch leuk?”. Zo redde hij onlangs een verzameling fotoalbums uit een bejaardentehuis in Amsterdam, waarvoor hij op zijn beurt onderdak kon regelen bij het Nederlands Fotomuseum. Een beetje tegenstrijdig met die, op het oog willekeurige, manier van verzamelen is zijn fascinatie voor fotografen met een vreemde obsessie voor een bepaald onderwerp. Edwin Hale Lincoln bijvoorbeeld, die met een vel papier als achtergrond de natuur introk om er alles wat bloeide te fotograferen. Of Edward Curtis, die zich volledig toelegde op het fotograferen van de indianenbevolking van Noord-Amerika en al doende bijna het leven verloor bij een vijandige stam.

De terugkerende factor in de manier waarop hij zijn beelden kiest is dat hij zich laat leiden door wat hem op het eerste gezicht aanspreekt. De fotograaf of de waarde van een werk is daarbij niet of nauwelijks van belang. Hij zou zichzelf dan ook liever niet betitelen als collectioneur; er gaat immers geen vooropgezet plan schuil achter zijn aankopen. Wat hem interesseert zijn de autonome beelden en de interactie daartussen. Heel actief met aankopen is hij dan ook niet, met name omdat hij er niet aan toekomt vanwege zijn eigen werk. Wel spreekt hij veel met Willem Diepraam, fotograaf en een des lands bekendste privé verzamelaars, die hem regelmatig op zaken attendeert. Ook geeft hij aan dat het steeds moeilijker wordt bijzondere dingen te vinden, omdat er een soort trend is ontstaan waarbij oude fotografie heel erg gevraagd is. Steeds meer mensen ontdekken het plezier en de waarde ervan en dus stijgen de prijzen. Maar met de 300 beelden die hij nu heeft, zit hij reeds aan een gevoelsmatige taks. Als het meer wordt past het eigenlijk niet meer in de kast en neemt het vormen aan die de liefhebberij ontstijgen. Soms doet hij dan ook wel iets weg - al is dat met pijn in zijn hart - zoals onlangs met de eerste veiling hier op PhotoQ.
Van den Bogaards manier van verzamelen past goed bij de manier waarop hij met die verzameling omgaat. De nauwelijks twintig dozen waarin hij zijn foto’s bewaart, worden regelmatig op een zondagmiddag uit de kast gehaald, om op ongedwongen wijze bekeken en besproken te worden. Tijdens die momenten, vaak met gasten, vormen ze aanleiding tot vele verhalen en bespiegelingen. Het zal u niet verbazen dat de voornaamste redenen om te verzamelen persoonlijke verrijking, plezier en inspiratie zijn. Ook wanneer hij (eigen) werk ruilt met collega-fotografen spelen die redenen een belangrijke rol omdat het verhaal achter die foto er direct uit eerste hand bij ‘geleverd’ wordt.
Één keer maakten zijn foto’s een uitstapje. In 2005 stelde Huis Marseille in Amsterdam een deel van zijn collectie tentoon, samen met een selectie uit de collectie van Josje Janse-de Ronde Bresser. Huis Marseille schreef in de begeleidende folder: “Wat [hen] bindt, is de intuïtieve manier waarop zij [verzamelen]. [De] afdruk [dient] van een goede kwaliteit te zijn[, een] bekende fotografennaam is mooi meegenomen maar speelt geen doorslaggevende rol in de keuze; bekend en onbekend hebben voor hen evenveel waarde. De periode of stijl waarin de foto is gemaakt is van ondergeschikt belang. Juist deze benadering heeft hen een brede en internationale verzameling opgeleverd die een persoonlijke visie op 165 jaar fotografie illustreert en het bestaande canon openbreekt.”
Voor de gelegenheid van die tentoonstelling bracht hij alles in kaart: voor- en achterkanten werden gescand, beschreven en van een nummer voorzien. Dat leidde tot een boekwerk dat hij ook nu nog bijhoudt en waarin hij alles kan terugvinden. De foto’s zelf zijn opgeborgen op basis van het land van herkomst van de fotograaf, sommige keurig achter plastic op een passe-partout. Het is niet echt met het oog op later dat hij het systeem bijhoudt, ook al maakt het de verzameling wel inzichtelijk voor eventueel geïnteresseerden. Hij realiseert zich dat zijn verzameling een heel persoonlijke is die niet perse in zijn geheel een onderkomen zal vinden op het moment dat hij er afstand van wil of moet doen. Het is een interessant gegeven dat deze collectie iets zegt over de man Hans van den Bogaard en dat ze alleen daarom al de moeite van het bijeenhouden waard is. Tegelijkertijd vind hij het ook een mooie gedachte dat de verschillende foto’s worden gescheiden en opnieuw deel gaan uitmaken van een andere collectie. Voor het zover is zal ze hopelijk nog vele zondagmiddagen zorgen voor lering ende vermaeck. U bent welkom.
Van den Bogaards manier van verzamelen past goed bij de manier waarop hij met die verzameling omgaat. De nauwelijks twintig dozen waarin hij zijn foto’s bewaart, worden regelmatig op een zondagmiddag uit de kast gehaald, om op ongedwongen wijze bekeken en besproken te worden. Tijdens die momenten, vaak met gasten, vormen ze aanleiding tot vele verhalen en bespiegelingen. Het zal u niet verbazen dat de voornaamste redenen om te verzamelen persoonlijke verrijking, plezier en inspiratie zijn. Ook wanneer hij (eigen) werk ruilt met collega-fotografen spelen die redenen een belangrijke rol omdat het verhaal achter die foto er direct uit eerste hand bij ‘geleverd’ wordt.
Één keer maakten zijn foto’s een uitstapje. In 2005 stelde Huis Marseille in Amsterdam een deel van zijn collectie tentoon, samen met een selectie uit de collectie van Josje Janse-de Ronde Bresser. Huis Marseille schreef in de begeleidende folder: “Wat [hen] bindt, is de intuïtieve manier waarop zij [verzamelen]. [De] afdruk [dient] van een goede kwaliteit te zijn[, een] bekende fotografennaam is mooi meegenomen maar speelt geen doorslaggevende rol in de keuze; bekend en onbekend hebben voor hen evenveel waarde. De periode of stijl waarin de foto is gemaakt is van ondergeschikt belang. Juist deze benadering heeft hen een brede en internationale verzameling opgeleverd die een persoonlijke visie op 165 jaar fotografie illustreert en het bestaande canon openbreekt.”
Voor de gelegenheid van die tentoonstelling bracht hij alles in kaart: voor- en achterkanten werden gescand, beschreven en van een nummer voorzien. Dat leidde tot een boekwerk dat hij ook nu nog bijhoudt en waarin hij alles kan terugvinden. De foto’s zelf zijn opgeborgen op basis van het land van herkomst van de fotograaf, sommige keurig achter plastic op een passe-partout. Het is niet echt met het oog op later dat hij het systeem bijhoudt, ook al maakt het de verzameling wel inzichtelijk voor eventueel geïnteresseerden. Hij realiseert zich dat zijn verzameling een heel persoonlijke is die niet perse in zijn geheel een onderkomen zal vinden op het moment dat hij er afstand van wil of moet doen. Het is een interessant gegeven dat deze collectie iets zegt over de man Hans van den Bogaard en dat ze alleen daarom al de moeite van het bijeenhouden waard is. Tegelijkertijd vind hij het ook een mooie gedachte dat de verschillende foto’s worden gescheiden en opnieuw deel gaan uitmaken van een andere collectie. Voor het zover is zal ze hopelijk nog vele zondagmiddagen zorgen voor lering ende vermaeck. U bent welkom.
–
Hans van den Bogaard werkt onder andere voor Vrij Nederland en De Nederlandse Opera en exposeert regelmatig met vrij werk in musea, galerieën, en archieven.
Plaatsen/Stemmen op:















Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.