De verzamelaar
| Vorige | Volgende |
4 januari 2009 »
Nadat ik alle lagen kleding heb afgepeld die mij op de fiets moesten beschermen op een koude dinsdag - de galerie van Ton Peek is gevestigd in mijn eigen stad - vraagt mijn gastheer me waarover ik het eigenlijk wil hebben. Zijn privé verzameling is namelijk (what’s in a name) “behoorlijk privé”. In deze aflevering dan ook niet het verhaal van een verzameling van jaren, maar van een korte termijn verzameling en de bijzondere liefde voor het 19e-eeuwse landschapsgenre en voor architectuurfotografie.
Toch zijn er in dit geval veel overeenkomsten tussen hoe de verzamelaar en de galeriehouder te werk gaan. Peek koopt werken voor zijn galerie namelijk alleen wanneer hij er zelf iets mee heeft: een bonzend hart moet hij hebben. Met evenveel plezier en een gevoel van spanning verkoopt hij het, soms meteen, soms na het een tijdje in huis te hebben gehad. Het is een merkwaardige dubbelrol: hij kan namelijk veel meer kopen dan de meeste verzamelaars, simpelweg omdat het ook zijn werk is. Hij begon zijn eigen verzameling, die wordt gedomineerd door portretten, logischerwijs met werk dat hij voor de galerie kocht. Lastig aan die situatie was dat ook die foto’s in de galerie te zien waren en er dus regelmatig klanten geïnteresseerd waren. Als galeriehouder kan hij niet anders dan zo’n werk toch verkopen. Hij bedacht voor zichzelf daarom de term ‘korte-termijnverzamelaar’. Een term die heel mooi past bij de vluchtigheid van het medium fotografie.
Peek is toevalligerwijs in de galeriewereld verzeild geraakt toen hij tijdens zijn studie ruimtelijke vormgeving (architectuur) een bijbaantje had bij galerie Rob Jurka in Amsterdam. Daar deed hij zijn liefde voor beeldende kunst en - het laat zich raden - met name fotografie op. In die periode zette hij bovendien zijn eerste en laatste schreden op het scheppende pad. Hij kreeg een tentoonstelling bij Jurka en besloot het daarbij te laten; sindsdien heeft hij nauwelijks nog een camera aangeraakt.
Na zijn ervaring als galerie-assistent en exposerend fotograaf besloot hij, direct na zijn afstuderen, zelf een galerie te beginnen in Utrecht. Daarbij koos hij meteen voor de fotografie als specialisatie, toen nog een wilde gok. De eerste twaalf jaar werkte Peek met jonge kunstenaars, maar besloot wegens de zwaarte en de zeer grote verantwoordelijkheid van het werk dat hij het over een iets andere boeg wilde gooien. Na een pauze van een jaar begon hij opnieuw, nu met fotografie uit de 19e eeuw. Het heeft hem opgeleverd dat hij de werken in zijn galerie beter dan voorheen kan verkopen. Niet alleen omdat zijn eigen geld erin zit maar voornamelijk omdat hij er echt iets voor voelt. Eén van de serie eerste foto’s die hij kocht en verkocht, was van de beroemde Carleton Watkins, die als geen ander de pracht van natuurreservaat Yosemite Park in de VS wist vast te leggen. Er hangt er nog steeds een in de gang bij hem thuis, en zoals het er naar uit ziet zal die alleen nog van de muur komen als die een lik verf moet krijgen.
Peek is toevalligerwijs in de galeriewereld verzeild geraakt toen hij tijdens zijn studie ruimtelijke vormgeving (architectuur) een bijbaantje had bij galerie Rob Jurka in Amsterdam. Daar deed hij zijn liefde voor beeldende kunst en - het laat zich raden - met name fotografie op. In die periode zette hij bovendien zijn eerste en laatste schreden op het scheppende pad. Hij kreeg een tentoonstelling bij Jurka en besloot het daarbij te laten; sindsdien heeft hij nauwelijks nog een camera aangeraakt.
Na zijn ervaring als galerie-assistent en exposerend fotograaf besloot hij, direct na zijn afstuderen, zelf een galerie te beginnen in Utrecht. Daarbij koos hij meteen voor de fotografie als specialisatie, toen nog een wilde gok. De eerste twaalf jaar werkte Peek met jonge kunstenaars, maar besloot wegens de zwaarte en de zeer grote verantwoordelijkheid van het werk dat hij het over een iets andere boeg wilde gooien. Na een pauze van een jaar begon hij opnieuw, nu met fotografie uit de 19e eeuw. Het heeft hem opgeleverd dat hij de werken in zijn galerie beter dan voorheen kan verkopen. Niet alleen omdat zijn eigen geld erin zit maar voornamelijk omdat hij er echt iets voor voelt. Eén van de serie eerste foto’s die hij kocht en verkocht, was van de beroemde Carleton Watkins, die als geen ander de pracht van natuurreservaat Yosemite Park in de VS wist vast te leggen. Er hangt er nog steeds een in de gang bij hem thuis, en zoals het er naar uit ziet zal die alleen nog van de muur komen als die een lik verf moet krijgen.

Wat opvalt is dat Peek met liefde praat over veel van de foto’s die hij in de loop der tijd heeft verzameld; zoals het een echte verzamelaar betaamt. In feite is hij een asiel voor foto’s die wachten op een nieuwe eigenaar. In de tussentijd verzorgt hij ze goed, getuige de foto’s van Lionel Wendt die hij redde van een warme, vochtige zolder in Sri Lanka. Vóór de verkoop liet hij ze restaureren door het voormalig Nederlands Fotorestauratieatelier en ze zien er nu weer puntgaaf uit. Er gaat bovendien een smakelijke anekdote schuil achter deze foto’s. Het was in zijn jaar ‘vrij’ dat Peek in een Sri Lankaanse antiekwinkel een boek ontdekte met Wendt’s foto’s. Hij raakte gefascineerd vanwege de voor het begin van de 20e eeuw ongebruikelijke onderwerpen en het experimenteren met solarisatie en montage. Hij kwam terecht bij een oude dame die nog afstamde van de Nederlandse bezetter, wiens bedienden een stapel verfomfaaide afdrukken op de vloer liet ploffen. Hij bracht er een paar mee naar Nederland en was overweldigd door de gretige aftrek die ze vonden. De dame bleek het lief van Wendt’s assistent die, vlak voor diens vlucht naar Canada in 1948, alle negatieven vernietigd had. In de loop van een paar jaar kocht Peek de meeste van de afdrukken die de vrouw nog had op, mede onder druk van toenemende interesse van andere, voornamelijk binnenlandse, partijen. Tijdens de reizen naar Sri Lanka ontmoette hij bovendien een aantal van Wendt’s modellen; interessante ontmoetingen die hem een goed beeld opleverden van de tijd waarin de modellen gefotografeerd werden.

Peek heeft van deze prints relatief veel zelf gehouden. In feite is dat in strijd met zijn rol als galeriehouder, maar door het verhaal dat eraan kleeft vindt hij ze te bijzonder. Om diezelfde reden - om te voorkomen dat hij teveel zelf houdt - verkoopt hij veel van zijn foto’s via veilingen, met name als hij weet dat iets veel geld waard is. Die onpersoonlijke benadering maakt het soms makkelijker om er afstand van te doen. Met de over ons neergedaalde kredietcrisis in het achterhoofd vraag ik hem of de stijgende populariteit van fotografie daar onder te leiden heeft. Hij geeft toe dat de Amerikaanse markt erg belangrijk voor hem is en dat hij momenteel minder verkoopt dan anders. Zijn enthousiasme mag er niet onder leiden. Wat betreft hedendaagse fotografie - zo’n tien procent van zijn aankopen - is hij vaak erg impulsief. Als hij iets heel mooi vindt wil hij het toch brengen, “ook al past het strikt gezien niet in mijn ‘collectie’ “. Zo’n tien procent van zijn aankopen bestaat uit hedendaagse fotografie en ook hier zijn “die keuzes […] eerder gebaseerd op een onderbuikgevoel dan op wat de markt op dat moment doet.” Zo toonde hij op de beurs in Miami onlangs nog werk van Alex ten Napel.

Nieuwsgierig geworden? U heeft geluk: deze verzameling is te zien én te koop! Peek leent bovendien regelmatig werk uit voor tentoonstellingen. Op dit moment is er een aantal prints te zien in Foam in de tentoonstelling over Kees Scherer (t/m 18 januari 2009).
–
Ton Peek houdt galerie aan de Utrecht Oudegracht 295 en is regelmatig te vinden op beurzen. Hij handelt voornamelijk via internet. Zie ook www.tonpeek.com
Plaatsen/Stemmen op:














Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.