Dutch Doc
| Vorige |
17 juni 2012 »
Teun Voeten was poortwachter bij Dutch Doc Awards 2012, een van de aandragers van projecten voor de longlist. Op de middag van de prijsuitreiking trad hij in debat met Rob Philip over het begrip ‘documentaire fotografie’. Voeten stuurde PhotoQ een schriftelijke uitwerking van zijn visie: ‘Dutch Doc lijkt compleet naar de experimentele kant te zijn doorgeslagen, waarbij vorm het van inhoud wint, waar hipheid het van degelijkheid wint. Vernieuwing über alles.’
De discussie over Dutch Doc loopt al geruime tijd op PhotoQ.
Onlangs reageerde GUP-hoofdredacteur Erik Vroons op de recente prijsuitreiking: DutchDoc: nou en?!
Vorig jaar was er al een uitgebreide uitwisseling van meningen. Het complete overzicht: Dutch Doc
De Ondraaglijke Lichtheid van Dutch Doc
Sinds een aantal jaren geeft de stichting Dutc Doc een grote geldprijs weg voor de ‘beste’ Nederlandse documentaire fotografie. En elk jaar barsten de Hoekse en Kabeljauwse twisten weer los over wat documentaire fotografie nu precies is of zou moeten zijn. Dit jaar was de prijs, een riant bedrag van 20.000 euro voor Paulien Oltheten. Zij had bewegingen en gebaren van Japanners bekeken, soms zelfs een beetje geregisseerd, en voor het nageslacht vereeuwigd. Zes Japanners die met hun beentjes op een paaltje zaten, zes Japanners die gevraagd werden hun voetjes van de grond lichten. ‘Oltheten is een rake observeerder en leert ons nieuwe manieren van kijken’, stond in het jubelende juryrapport.
Serieus fotograferend Nederland schudde verbijsterd het hoofd en vroeg zich af hoe zo’n vederlicht en triviaal onderwerp kon winnen. Het jaar daarvoor was het niet veel beter. Het waren voornamelijk conceptuele projecten met een hoog artistiek gehalte die genomineerd werden. Japanners lastigvallen was toen ook al in de mode: een fotograferend duo was op het idee gekomen om met zijn tweeën ongevraagd inwoners van Tokio te portretteren, een fotograaf van de linkerkant, een andere van rechts. Een aanpak met een hoog Banana Split-gehalte, maar toegegeven, het had vermakelijke plaatjes tot gevolg van onschuldige Jappen die verward in de lens keken. Een andere fotograaf had zijn familie in beeld gebracht, op één broer na die om niet nader genoemde redenen niet op de foto wilde. Dan maar blanco plaatjes. Weer een ander was niet eens achter de computer vandaan gekomen en had foto’s van de val van een standbeeld van Saddam van het internet geplukt en noemde dit ook documentaire fotografie.
Kortom, Dutch Doc veroorzaakt altijd weer de nodige controverse en irritatie. Grofweg zijn er twee kampen: de meer traditioneel ingestelde fotografen die vinden dat het begrip ‘documentaire’ te grabbel wordt gegooid door artistiek ingestelde lieden. Oude Zure Zakken versus Trendy Triviale Nieuwlichters.
Even terug naar de ontstaansgeschiedenis van het begrip documentaire fotografie, naar de functie van die definitie en wie die nu eigenlijk bepaalt. Aan het eind van de 19de eeuw pakte in Amerika een groep mensen, journalisten en activisten, de camera op om sociale wantoestanden aan de kaak te stellen. Jacob Riis, voormalig timmerman en misdaadreporter, legde de belabberde woon- en werkomstandigen van arbeiders in de New Yorkse Lower East Side vast en werd een trendsetter.
In de volgende eeuw traden de fotografen van de Grote Depressie, Walker Evans, Dorothea Lange en Russel Lee, in zijn voetstappen en ontstond er een gemeenschappelijke stijl en manier van werken: allen hadden een persoonlijke betrokkenheid en/of politiek engagement met hun onderwerp, ze behandelden zaken met een maatschappelijke of historische relevantie, ze werkten aan lange termijnprojecten, ze probeerde complexe vraagstukken te verhelderen en hadden allemaal een stuk vakmanschap om esthetisch sterke beelden te maken. Zoals met alle verschijnselen die in dezelfde hoedanigheid voorkomen, werd er een naam aan deze nieuwe vorm van werken gegeven: documentaire fotografie.
Maar wie bepaalt vandaag de dag de definitie? Wie heeft er het copyright op? Is de definitie slechts een beschrijving van een bepaalde tak van fotografie? Of schrijft de definitie ook voor hoe en wat de documentaire fotograaf zou moeten vastleggen? Hoe ver kan men de oorspronkelijke definitie oprekken?
In het geval van Dutch Doc zien we een paar eigenaardige zaken. De meeste van de voorgedragen projecten hebben niets gemeen met de fotografie die van oudsher documentair wordt genoemd. Er zijn twee oplossingen: de definitie van documentair zodanig verruimen, dat uiteindelijk ook beeldbewerking, fotoresearch en geënsceneerde fotografie er onder valt, of er een andere term aan hangen, zoals het al bestaande ‘Autonome Fotografie’ of iets nieuws zoals bijvoorbeeld ‘Nieuwe Non Fictionele Fotografie’. Om duidelijkheid te scheppen, valt de tweede oplossing te prefereren.
Opmerkelijk is dat beoefenaars van een soort fotografie die niets te maken heeft met wat van oudsher ‘documentair’ genoemd wordt, ook zo graag dat predikaat willen. Is het vanwege het aura van respectabiliteit dat rondom documentaire fotografie hangt? Is het omdat dan opeens de deksels van allerlei subsidiepotten opengaan? Het Fonds Beeldende Kunst kreeg enkele jaren geleden een influx van een slordige miljoen euro om de documentaire fotografie te stimuleren. Komen kunstenaars nu als vliegen op die documentaire strooppot af?
Ook interessant is te kijken wie definities definieert. Mensen met macht en status bepalen definities. Vroeger waren dat de adel en de geestelijkheid. Nu zijn het ‘t Volk, Wikipedia en de Culturele Instellingen. De laatsten hebben aanzien en geld en kunnen dingen benoemen zoals zij believen. Elke culturele instelling heeft weer andere ideeën. In Amerika geven het Open Society Institute/Soros Foundation en het Magnum Emergency Fund veel geld aan fotografen. Daar wordt het Amerikaanse, klassieke model van de documentaire fotografie aangehangen. In Nederland zijn er verschillende spelers in het veld. Het Noorderlicht Festival in Groningen, helaas bedreigd met verdwijnen door stopzetting van subsidie, probeert een balans tussen traditionele en experimentele vormen van documentair werk te presenteren. Dutch Doc lijkt compleet naar de experimentele kant te zijn doorgeslagen, waarbij vorm het van inhoud wint, waar hipheid het van degelijkheid wint. Vernieuwing über alles.
Omdat de geldprijs van Dutch Doc de grootste documentaireprijs van Nederland is, krijgt zij ook veel aandacht en lijkt de opzet om documentaire fotografie te herdefinieren voorlopig geslaagd. Op de prijsuitreiking sprak voormalig directeur van het Nationaal Historisch Muesum Valentijn Bijvanck over ‘de grote verhalen’ die nu hadden afgedaan en plaats hadden gemaakt voor een ‘nieuwe intimiteit’ in de documentaire fotografie. Ex-minister Plasterk, beschermpatroon van Dutc Doc, zat op dezelfde lijn en was onthutst dat sommigen de nieuwe lichting van narcisme beschuldigden. De beleidsman vond het juist een sprankelende onwikkeling dat grote, maatschappelijk thema’s niet meer aan de orde zijn. Het verhaal over ‘de grote verhalen die hebben afgedaan’ klinkt 40 jaar na de uitroeping van het postmodernisme oubollig en retrograde. Het wordt tijd voor een nieuw post-postmodernisme. Maar belangrijker is dat er helemaal geen tegenstelling is tussen de zogenaamde ‘grote verhalen’ en intimiteit. Het is juist de kracht van documentaire fotografie dat deze grote, globale, universele thema’s aanroert door zich juist op het individuele, het kleine, het intieme te richten vanuit een microperspectief.
Maar misschien is er iets nog veel fundamentelers aan de hand. De essentie is hoe de fotograaf van vandaag in de wereld staat. Ziet hij/zij zich als een wereldburger die ook verantwoordelijkheid draagt voor de huidige problemen? Wil hij zijn camera op de wereld richten, om verborgen structuren duidelijk te maken en te communiceren, met een hoop op eventuele verbetering? Of kiest hij ervoor zich terug te trekken uit de boze buitenwereld en heft hij vertwijfeld de handen ten hemel, om al facebookend met leuke beeldexperimenten bezig te zijn en zich te verliezen in een versnipperd universum waar alles evenveel waarde heeft en dus ook even waardeloos is?
De Arabische Lente, vrouwenonderdukking in het Midden-Oosten, de drugsoorlog in Mexico, internationale vrouwenhandel, Eurocrisis, een failliet Griekenland, rampzalige jeugdwerkeloosheid in Spanje: moeilijke onderwerpen, maar uitstekend in beeld te brengen met documentaire fotografie. Waarom gaan de ‘Nieuwe Trivialen’ niet een vrouwelijke student in Caïro, een olijfboer in Griekenland, een werkloze leeftijdsgenoot in Spanje volgen? Of deden ze dat wel, maar werden ze door Dutch Doc niet opgemerkt en gehonoreerd?
Na 18 maanden gezucht te hebben onder een gedoogconstructie die niet uit te leggen was, heeft Nederland zijn naam als gidsland op het gebied van tolerantie en mensenrechten al verloren. Over voetbal en het Songfestival zwijgen we maar even. Met internationaal gerenommeerde namen als Van der Elsken, Wessing, Van Denderen, Van Kesteren en Van Lohuizen, heeft Nederland op het gebied van documentaire fotografie nog wel een reputatie hoog te houden. Als we niet oppassen, raken we die ook nog kwijt.
© Teun Voeten, juni 2012
Plaatsen/Stemmen op:














Reacties (8)
Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.