Hippies, vrouwen en fotografie

Hippies, vrouwen en fotografie

Geen medium zo contextgevoelig als fotografie. Een bijschrift kan een foto totaal doen omslaan. Sommigen ervaren dat als een probleem. Ik niet. Het scala aan toedrachten en betekenissen dat je aan een twee-dimensionale weergave van een stukje werkelijkheid kunt toeschrijven, maakt fotografie voor mij juist interessant. Hoe meerduidiger, hoe rijker.
Een meester in het ontdekken van verrassend nieuwe betekenissen in foto’s is Arjan de Nooy. Dat doet hij door her en der gevonden foto’s met elkaar in een verhalend verband te brengen. Een gigantische verzameling moet hij hebben, vlooienmarkten, kringloopwinkels, boedelveilingen, Arjan De Nooy kun je er aantreffen.

In 2009 verscheen van zijn hand ‘De Facto’ waarin hij een Nederlandse fotogeschiedenis samenstelt met de foto’s uit zijn eigen verzameling. Zo inventief deelt hij zijn verzameling op in de stromingen en stijlen die kunsthistorici in de ontwikkeling van de fotografie menen te zien, dat het canon van de bekende namen op losse schroeven komt te staan. Als je her en der gevonden foto’s zo kunt rubriceren dat je er de bestaande stromingen mee kunt vullen, wat zijn die stromingen dan nog waard?

In zijn nieuwe boekwerk “Haarscherp’ zet Arjan de Nooy een volgende stap. Het is het eerste nummer van een feministisch fototijdschrift uit 1977. Die naam alleen al. Nooit bestaan natuurlijk, maar door De Nooy zo volgens de smaak van de hippietijd vormgegeven, dat het helemaal geen moeite kost je ongeloof uit te stellen.
‘Haarscherp’ ging al voor de uitgave van het eerste nummer in 1977 ter ziele, geheel volgens de mores van de tijd: discussiëren tot je erbij neervalt. Mochten er mannen meedoen? Moesten vrouwen zelf achter de drukpers staan? Mocht er naakt in? Hoe erotisch mocht dat naakt zijn?

Dat er ooit een eerste nummer van de persen is gerold, mag een wonder heten. De boekhandels heeft dat nummer nooit bereikt, het is in de opslag van de drukker blijven steken. Arjan de Nooy kwam de pallets met de vergeten oplage ‘per toeval’ op het spoor, hij besloot het nummer alsnog de wereld in te sturen.

Acht fotografen, zeven vrouwen en één man, zijn door De Nooy portfolio-gewijs in het eerste nummer van ’Haarscherp’ bijeengebracht. Bij de portfolio’s staan interviews met de fotografen. Of stukken dagboek. De spelling is fonetisch, zoals gebruikelijk was in toenmalige hippe kringen.


Het werk van Ankie Geeneen (1950) in ‘Haarscherp’ sluit aan bij een stroming in de fotografie die nog steeds door vrouwen wordt bedreven: het mythische zelfmoment. Met overeenkomstige filosofische retoriek. Ankie Geenen:
‘De foto is plat en stom en toont geen dromen. Ik wil verdwijnen in de stomheid van de foto. Een foto van mijzelf waarbij ik er ben en niet ben, waarbij ik tot objekt word, geen subjekt meer ben. Het organiese inprecieze van het subjekt moet worden verplaatst door het anorganiese, preciese van het objekt.

Anja van Buuren (1946) maakt werk dat niet gemaakt is om aan anderen te tonen. Ze legt het liefdesleven van haarzelf en haar vriendin Merel vast.
Op 6 april 1976 noteert Anja in haar dagboek:
‘Problemen met de foto’s, er zitten gewaagde opnamen tussen. Tot nu toe heb ik ze altijd teruggekregen. De man achter de toonbank bekijkt me te lang. Ik stel me voor dat hij zich aftrekt bij mijn foto’s. Een golf van walging. Hij zegt dat het rolletje verloren is gegaan.’

Op 23 juni 1976 noteert Anja:
‘’Altijd is er de spanning tussen meedoen en fotograferen. Thuis hebben we overdreven sterke lampen geïnstalleerd. Een idee van Merel, niet erg romanties, wel prakties. Ik heb eksperimenten gedaan met een klok en een automaties systeem. Als ik dacht dat er wat zou gebeuren, stelde ik de klok op vijftien minuten.’

Julia Luudens (1954) gaat uit van klichébeelden zoals die in tijdschriften en op televisie worden vertoond. Door de seksewisseling worden deze stereotiepe rollen benadrukt en ondervraagd. Daarnaast wordt de toeschouwer bewust gemaakt van manipulaties die worden ingezet om de huidige situatie waarin de man het voor het zeggen heeft, zo te houden.

Ook al zijn de teksten door Arjan de Nooy nu geschreven, je herkent onmiddellijk de opvattingen, de zweverigheid, de naïeve zelfingenomenheid van de jaren zeventig. De karakters die hij zijn fictieve fotografen toedicht zijn ieder even waarschijnlijk en representatief voor de fotografie uit die periode. En vreemd genoeg ook voor onze tijd. Net of in de opvattingen over fotografie minder grote sprongen voorwaarts zijn gemaakt dan je zou verwachten. Maar daar gaat De Nooys werk niet over. Dat je een paar fotografen kunt opvoeren, ieder met een eigen stijl, met een eigen karakter en eigen opvattingen die zijn samengesteld uit honderden, duizenden anderen. Dat is de kracht en het grote inzicht dat zijn werk je geeft. Je vergaapt je aan de uniciteit van een fotografie die allesbehalve uniek blijkt te zijn.

Haarscherp, Feministisch fototijdschrift, september 1977, 1e jaargang nummer 1
Bezorgd door Arjan de Nooy

Te koop in de PhotoQ Webshop

Een reactie plaatsen