Juridische maatstaf voor bescherming van modelfotografie

Eind 2011 schreef ik op PhotoQ over jurisprudentie waaruit blijkt dat auteursrechtelijke bescherming van foto’s snel mag worden aangenomen. De rechtbank te ’s-Hertogenbosch heeft bij vonnis van 19 september jl. dit kader toegepast op modelfoto’s en modelfotografie. De uitspraak biedt goede houvast voor de juridische maatstaf van bescherming in dit genre.
In deze zaak publiceert een voormalig wederverkoper van lingerieproducten (bewerkte) foto’s op zijn website. De foto’s zijn gemaakt door zijn leverancier Dreamgirl. Mag dat? De eerste vraag die in dat geval beantwoord moet worden is of de foto’s zelf auteursrechtelijk beschermd zijn. Hoe toon je aan dat modelfoto’s beschermd zijn? De rechtbank begint met een exposé over de bescherming van foto’s in z’n algemeenheid:

‘Niet het technische kunnen van de fotograaf is beslissend maar de creativiteit die zich in het resultaat van het hanteren van de techniek uit. Een foto kan het eigen persoonlijk karakter ontlenen aan onder meer de keuzes met betrekking tot het te fotograferen object, de keuze van de toegepaste technieken, de belichting daaronder begrepen en de wijze waarop die technieken worden toegepast. (…) Dreamgirl c.s. hebben gesteld dat Dreamgirl bij het maken van de foto’s, alsook bij de nabewerking subjectieve keuzes heeft gemaakt met betrekking tot de begrenzing van het onderwerp van de foto’s, de afstand van de camera ten opzichte van de gefotografeerde objecten, de positionering van de modellen en overige compositiekeuzes, de hoek waaronder gefotografeerd is, de wijze waarop gebruik is gemaakt van licht(inval), het moment, de brandpuntafstand van de gekozen lens en de keuze van de gebruikte lens.’

Het is van belang dat (model)fotografen dergelijke omstandigheden naar voren brengen in hun motivering waarom de door hen gemaakte foto’s beschermd zijn. Dat helpt ze om hun positie te verstevigen. De rechtbank oordeelt namelijk dat genoemde subjectieve keuzes erin resulteren dat de foto’s een eigen persoonlijk karakter hebben.

De rechtbank gaat vervolgens specifiek in op modelfotografie: ‘Naast de weergegeven technische keuzes gaat het om de in samenhang te beziene keuzes voor het model, voor de lingerie van het model, voor de positionering van het model en voor de achtergrond.’

Kortom, ook de keuze van het model, wat het model draagt, hoe het model wordt gepositioneerd en wat er op er achtergrond staat weegt mee voor de bescherming. Deze aspecten zorgen volgens de uitspraak ‘voor het onderscheid met foto’s van dode voorwerpen zoals bijvoorbeeld een bankstel in welke gevallen sprake kan zijn – dat is niet per definitie zo – van onvoldoende creativiteit die zich in het resultaat van het hanteren van de techniek heeft geuit.’

De uitkomst van de onderhavige zaak is dat er uiteindelijk auteursrechtinbreuk wordt aangenomen op (een aantal van) de modelfoto’s van Dreamgirl, onder meer door het bijsnijden en spiegelen van de foto’s en door het vastleggen van foto’s in een computergeheugen, waaronder een server, door de voormalig wederverkoper.

De uitspraak toont de noodzaak om – indien er bescherming voor modelfoto’s wordt ingeroepen – óók, of juist: voornamelijk, de wijze waarop er met het model is omgegaan te benadrukken. Een en ander ligt natuurlijk anders indien de fotograaf zelf de foto’s heeft ontleend aan andere eerder openbaar gemaakte foto’s. Dan is er in beginsel geen bescherming mogelijk.

http://www.photoq.nl/articles/columns/becker-over-recht/2011/12/12/europees-hof-fotos-snel-auteursrechtelijk-beschermd/

www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BX7928

Joost Becker is advocaat Intellectuele Eigendomsrecht en Internetrecht bij Dirkzwager te Arnhem (afdeling IE-IT, e-mail: becker@dirkzwager.nl, telefoon: 026-353 83 77).