Maker opdrachtfoto’s heeft niet altijd het auteursrecht

Maker opdrachtfoto’s heeft niet altijd het auteursrecht

In deze rubriek werd al vaker de hoofdregel aangehaald dat de feitelijke maker van een werk, de fotograaf in het geval van een foto, zonder enige nadere handeling de auteursrechthebbende op het werk / de foto is. Deze fotograaf kan een licentie geven op zijn foto’s en gebruik daarvan door derden tegengaan. Er staan echter een aantal uitzonderingen op die hoofdregel in de wet omschreven. 

Eén van de uitzonderingen is artikel 8 Auteurswet: wanneer een openbare instelling, vereniging, stichting of (andere) vennootschap een foto als van haar afkomstig openbaar maakt, zonder daarbij een natuurlijk persoon als maker te vermelden, wordt die instelling, vennootschap etc. als de maker van dat werk aangemerkt. Tenzij bewezen wordt dat de bedoelde openbaarmaking onder de bedoelde omstandigheden onrechtmatig was. Nodig is daarvoor ook dat de openbaarmaking door de instelling, vennootschap etc. de eerste openbaarmaking is, oftewel: als de fotograaf zijn foto éérder zelf openbaar maakt onder vermelding van zijn naam geldt deze uitzondering niet.

Het Hof Den Bosch wees in een geval waarin de uitzondering van artikel 8 Auteurswet aan de orde was arrest op 19 mei 2015.

Een fotograaf had in opdracht van ASC (ASC Aluminium Scaffolding Company BV) productfoto’s gemaakt. Er wordt vastgesteld dat de fotograaf niet in dienst was van ASC, maar als zzp’er werkte. Vervolgens wordt vastgesteld dat ASC de foto’s openbaar heeft gemaakt, zonder daarbij de naam van de fotograaf als maker te noemen. De fotograaf tracht met (ongedateerde) folders en print screens van de eigen website vervolgens aan te tonen dat de foto’s eerder al door de fotograaf openbaar waren gemaakt. Dat deze openbaarmakingen van eerdere datum zijn dan die van ASC kan volgens het hof niet uit het bewijsmateriaal worden afgeleid. Het Hof bekrachtigt dan ook de uitspraak van de rechtbank dat ASC de foto’s “als van haar afkomstig”, zonder vermelding van de fotograaf, als eerste openbaar zijn gemaakt door ASC en dat daarom de uitzondering van artikel 8 Auteurswet hier geldt. Het gevolg is dan ook dat het auteursrecht op de foto’s aan de opdrachtgever ASC en niet aan de fotograaf toekomt.

De fotograaf voert daar nog tegen aan dat die uitzondering in dit geval haar doel voorbij zou schieten. Echter, “Het hof deelt die visie niet. Het hof stelt voorop dat ook aan productfoto’s soms een grote artistieke waarde kan worden toegekend, maar dat ook als dat anders is, de ‘artistieke waarde’ niet relevant is voor de vraag of aan een werk auteursrecht toekomt of niet. Dat gezegd zijnde kan niet worden miskend dat bij foto’s als de onderhavige, welke er in de eerste plaats toe strekken de huurders zo goed mogelijk te laten zien hoe het te huren object eruit ziet, het praktische nut voorop staat. Als dan een fotograaf ten behoeve van een catalogus reeksen foto’s maakt met geen ander doel dan de objecten zo goed mogelijk te tonen, waarbij het kunstzinnige element betrekkelijk ondergeschikt is, en voor het maken van die foto’s ook betaald wordt, dan is het geheel niet in strijd met de strekking van art. 8 Aw. dat die fotograaf – bij gebreke van andersluidende afspraak – geacht moet worden te hebben ingestemd met de in genoemd wetsartikel besloten liggende constructie. Dat is niet in strijd met de strekking van art. 8 Aw., doch daarmee juist geheel in overeenstemming. Daar komt bij dat gelet op het doel van een dergelijke catalogus nu juist is dat daaraan een ruime verspreiding gegeven zal worden, naar ook de fotograaf moet begrijpen.”

Hoewel de uitzondering hier vrij ruim uitgelegd lijkt te worden, is een belangrijke tip voor de praktijk voor de fotograaf in opdracht die hieruit kan worden afgeleid: hoewel auteursrechten zonder overdracht daarvan in hoofdregel altijd toekomen aan de feitelijk maker, blijft het van belang voor het uitvoeren van de opdracht met de opdrachtgever naamsvermelding of een auteursrechtvoorbehoud overeen te komen. Het is met name van belang – zoals uit de uitspraak ook blijkt – deze afspraken tijdig overeen te komen, vóór de uitvoering van de opdracht.

Lees de volledige uitspraak hier:

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:1798

Esther Mommers is advocaat Intellectuele Eigendomsrecht en Internetrecht bij Dirkzwager te Arnhem (afdeling IE-IT, e-mail: Mommers@dirkzwager.nl, telefoon: 026-353 83 23).

Een reactie plaatsen