Platter & Dikker & het Belang van portretfoto’s

PhotoQ berichtte op 15 mei al over het afgewezen verbod op de publicatie van een foto van een zwaarlijvige, getatoeëerde man, gefotografeerd in ‘volle glorie’. De foto is gemaakt door Roel Visser van een motorrijder, voor het boek Platter & Dikker. De belangenafweging die in casu door de rechter wordt gemaakt is interessant voor fotografen, want deze luidt min of meer in algemene zin.
Het Gerechtshof Amsterdam stelt eerst voorop dat de man terecht geen bezwaren heeft tegen openbaarmaking van de foto op zichzelf. Hij heeft zich op de Harley-dag ‘in volle glorie’ geëtaleerd voor het publiek aldaar en kon dus verwachten gefotografeerd te worden, zo luidt het oordeel. De foto toont de man volgens het arrest ‘zoals hij is en zoals hij klaarblijkelijk gezien wil worden. Door die opstelling hoefde [de fotograaf] in redelijkheid niet te begrijpen dat [de man] lijdt onder zijn zwaarlijvigheid, hoe belastend dit overigens voor hemzelf kan zijn.’ Ik ben het hier op zichzelf genomen mee eens: als je je in de openbaarheid posteert loop je het ‘risico’ gefotografeerd te worden.

Veel belangrijker is de weerlegging van het context-argument van de man. Zijn portret is immers gepubliceerd in een confronterend boek over heb- en vraatzucht, hufterigheid, agressie, consumentisme en exhibitionisme. Het Hof opent de belangenafweging over de context in mijn ogen met een eufemisme, namelijk dat de publicatie ‘niet positief voor hem is’. Maar dan komt het belang van portretfoto’s om de hoek kijken. Wat het Hof daarvan vindt is glashelder:

‘In het boek “Platter & dikker” wordt op confronterende wijze in woord en beeld een actueel tijdsbeeld geschetst. Om dit tijdsbeeld goed te kunnen schetsen is het publiceren van portretfoto’s bijna onvermijdelijk.’

Ik lees dit als: een foto zegt meer dan 1000 woorden en mag dáárom in het huidige tijdsgewricht worden gebruikt. Dat zegt niks over de foto van de man, maar legt in de beoordeling wel de nadruk op de vrijheid foto’s te maken en te tonen om een tijdsbeeld te schetsen. Fotografen kunnen dit in hun zak steken.

Nadat enkele kritische beschouwingen van journalist Hofland de revue passeren, wordt in het oordeel betrokken dat de naam van de man in het boek niet wordt genoemd. De tekst van Hofland is voorts niet rechtstreeks naar hem te herleiden. Tenslotte prevaleert de vrijheid van meningsuiting. Hier luidt het oordeel in algemene zin:

‘Het hof merkt in dit verband op dat het – bij het voorkomen van de publicatie van een foto betrokken – belang van degene die zich op een voor het publiek vrij toegankelijke plaats op een opvallende wijze manifesteert (en er kennelijk geen bezwaar tegen heeft om op die wijze gezien en gefotografeerd te worden) over het algemeen niet zal opwegen tegen het belang van diegene die de foto wil gebruiken ter illustratie van een aan die wijze van manifestatie gewijde beschouwing, ook indien deze beschouwing kritisch van aard is.’

Fotografen kunnen dit oordeel in mijn optiek goed kunnen gebruiken om publicatie van foto’s in beschouwende context te verdedigen, zeker bij foto’s van mensen die hun kop boven het maaiveld uitsteken.

http://www.photoq.nl/articles/nieuws/actueel/2012/05/15/hof-bevestigt-platter-dikker-hoeft-niet-uit-handel/

Joost Becker is advocaat Intellectuele Eigendomsrecht en Internetrecht bij Dirkzwager te Arnhem (afdeling IE-IT, e-mail: becker@dirkzwager.nl, telefoon: 026-353 83 77).