Verslag Reporting Change: Arabische veranderingen documenteren of participeren?

Conflictfotografen staan altijd voor de keuze of ze nu moeten fotograferen of ingrijpen. De lokale journalisten tijdens de Arabische Lente stonden voor een nog grote dilemma. Moeten zijn hun vak uitoefenen en als onafhankelijk journalist de opstand verslaan, of moeten ze als betrokken inwoner van het land deelnemen aan de protesten? Het is een terugkomende vraag tijdens het mini-symposium Reporting Change – Stories form the Arab Region, op 15 juni gehouden als afsluiting van het gelijknamige project van World Press Photo en Human Rights Watch.

Beide organisaties werkten samen om de veranderingen na de Arabische Lente vast te leggen en het democratisch proces in de Noord-Afrikaanse landen te ondersteunen. De samenwerking heeft eenzelfde uitdaging als fotojournalisten die voor ngo’s werken. Want je moet je een manie zien te vinden om je onafhankelijk te waarborgen als je samenwerkt met een organisatie die een bepaalde boodschap de wereld in wil sturen.

Tegelijkertijd kan het een goede bron van informatie zijn en toegang geven tot verhalen die anders niet verteld kunnen worden. World Press Photo kan het verwijt krijgen duidelijk partij te kiezen en daarmee een deel van hun integriteit als onafhankelijke organisatie verliezen. Het project Reporting Change toont echter vooral het gemeenschappelijk doel van beide organisaties aan, namelijk het aan de wereld laten zien wat er speelt.

World Press Photo richtte zich met name op de training van de fotojournalisten. Human Right Watch (HRW) zorgde onder andere voor de informatie en kon materiaal leveren. Dat laatste wordt een steeds belangrijker onderdeel van HRW. Volgens directeur van HRW Nederland, Anna Timmerman, is haar organisatie altijd een belangrijke bron geweest voor journalisten, zeker tijdens de Arabische Lente. ‘Onze mensen wonen al lange tijd in dat gebied en weten naar wie ze moeten gaan, wat het verhaal is en waar je de juiste informatie kunt halen.’ Daar komt tegenwoordig bij dat ze ook ruw materiaal leveren dat iedereen kan gebruiken.

Het materiaal is waarschijnlijk vooral interessant voor buitenlandse media die zelf geen mensen kunnen of willen sturen. Het nieuws wordt steeds meer gemaakt door lokale reporters. Die zijn weliswaar niet altijd even betrouwbaar gebleken, omdat zij vanzelfsprekend ook een eigen mening hebben op de gebeurtenissen in hun land. Maar zelfs de beste journalist worstelt met de vraag of hij nu verslag moet doen of mee moet doen.

Dat dilemma kwam heel duidelijk naar voren bij de lezing van Reem Maged, Egyptische TV journaliste en presentator van de populaire talkshow Baladna Belmasry. In een soms emotionele toespraak vertelt Maged over de continue discussie met haarzelf. ‘Als ik op het [Tahrir] plein stond, voelde ik me schuldig dat ik niets uitzond. Was ik op televisie, dan voelde ik me schuldig dat ik niet op het plein stond. Iedere morgen en avond vroeg ik me af of ik de juiste keuze had gemaakt. Het antwoord is dat ik het niet weet.’ Ze heeft niet alleen een discussie met haarzelf, maar ook met haar ouders. Haar vader is tegen de revolutie, haar moeder voor. Maged barst bijna in tranen uit als ze een telefoongesprek aanhaalt met haar moeder die vertelt dat haar dochter óf op het plein óf op televisie moet zijn. ‘Je bent niet waardevoller dan de mensen op het plein of hun familie,’ zegt ze tegen Maged.

Petra Stienen interviewt Reem Maged / Foto Bas de Meijer

Petra Stienen interviewt Reem Maged / Foto Bas de Meijer

De revolutie heeft overduidelijk een grote impact op Maged. Het is ook voor het eerst dat de Egyptenaren, haarzelf incluis, oog in oog staan met de dood. Vanuit haar professioneel standpunt gelooft Maged dat journalisten moeten besluiten of ze wel of niet accepteren dat ze een pion zijn in het spel van het regime. Maar zelfs al ben je dat, zegt ze, dan nog moet je de burgers steunen. ‘Het gaat nooit over het regime,’ aldus Maged. ‘Ik zeg altijd dat journalistiek als beroep vergelijkbaar is met die van medici. Als een dokter niet doet wat er van hem wordt verwacht of als hij zijn beroep niet respecteert, dan kan hij doden. Hetzelfde geldt voor de media. Ons beroep heeft regels en ethiek en die moeten we ongeacht de situatie respecteren.’

Een soortgelijk verhaal is op te maken uit het toneelstuk We Have Seen A Revolution, waarin de jonge Egyptische fotojournalist Eman Helal (gespeeld door Maryam Hassouni) en de in Libië gestationeerde HRW-onderzoeker Hanan Saleh (gespeeld door Nazmiye Oral) hun verhaal vertellen. Helal worstelt met haar werk als fotojournalist, het willen steunen van de demonstranten en alle hordes die ze tegenkomt als vrouw in een mannenwereld. De jonge fotograaf wil verhalen vertellen. Als ze ziet hoe vrouwen worden mishandeld en verkracht tijdens de protesten wil ze niets liever dan dat aan de wereld laten zien, maar ze wordt tegengewerkt door haar redactie. HRW-onderzoeker Saleh heeft het eveneens moeilijk als vrouw in een steeds extremer wordend land. Ze houdt echter van het land en van Tripoli in het bijzonder, het is ondanks alle problemen een reden het land niet de rug toe te keren. Helal daarentegen kan geen mooie plek in Caïro bedenken en ze wil het land verlaten, zonder enige hoop en moe van het vechten tegen de regimes, voor haar vrijheid en tegen de mannen.

Actrices Maryam Hassouni (links) en Nazmiye Oral / Foto Bas de Meijer

Actrices Maryam Hassouni (links) en Nazmiye Oral / Foto Bas de Meijer

Na afloop van het toneelstuk wordt de echte Saleh kort geïnterviewd, waaruit duidelijke overeenkomsten blijken met het werk van (foto)journalisten. ‘Je moet continue je ogen en oren openhouden, je mag niet het gevoel voor het hoge dreigingsniveau verliezen.’ Net zoals fotojournalisten uit een ander land, wordt ook de onderzoekster in haar eigen land geconfronteerd met een hele andere wereld. Het kan lastig zijn om daar mee om te gaan, Saleh zegt dat ze ervoor kiest dat niet te doen. ‘Het makkelijkste is je te verliezen in die gevoelens. Je voelt je bijna superieur als je terugkomt van een conflictgebied ten opzichte van de anderen. Eigenlijk ben ik altijd blij als ik in het vliegtuig naar Wenen een Oostenrijkse krant zie met op de voorpagina het bericht dat een pensioenfonds weer 0,0002% of zo vooruit is gegaan. Het gaan niet om massamoord. We moeten onszelf eraan blijven herinneren dat dat niet de norm is.’

Tegelijk kunnen de lokale fotojournalisten niet ontsnappen van de realiteit en in een comfortabelere wereld stappen. Het zou erg interessant zijn hoe zij hun leven leiden. Vooral omdat een van de doelen van het project het leven naast het harde nieuws te laten zien. Helaas was het debat met fotografen Roger Anis (Egypte), Oualid Khelifi (Algerije), Selim Harbi (Tunesië) en een van de trainers van het project en hoofd van de fotoredactie bij Geo France Magdalena Herrera veel te kort. De fotografen krijgen kort de tijd om hun achtergrondverhalen te laten zien. Belangrijke verhalen zegt Herrera: ‘Lokale fotografen vertellen de verhalen die verteld moeten worden.’ Als daarna iedereen nog een keer iets kan zeggen, is de tijd alweer voorbij.

Vlnr: Petra Stienen, Oualid Khelifi, Magdalena Herrera, Selim Harbi en Roger Anis / Foto Bas de Meijer

Vlnr: Petra Stienen, Oualid Khelifi, Magdalena Herrera, Selim Harbi en Roger Anis / Foto Bas de Meijer

Desondanks is het een interessante middag, die een goed beeld schetst van het leven van verslaggevers en onderzoekers in de Arabische landen. Het uiteindelijke resultaat van het project is te zien op de website Stories of Change – Beyond the Arab Spring, met mooie multimedia producties. Zoals Oualid tijdens de discussie ook zegt, is multimedia meer dan een stuk gereedschap. ‘Multimedia maakt je aan het huilen en lachen, maar ook aan het dansen en zingen.’ Verder is er ook een boek uitgegeven omdat, zoals scheidend directeur bij World Press Photo Michiel Munneke zegt: ‘een boek is een waardevol onderdeel van de documentatie en het geeft iets terug aan de fotografen.’

Tot 30 juni is het boek te koop voor de introductieprijs van € 40.

 www.storiesofchange.worldpressphoto.org