Amsterdam zonder pierement

Amsterdam zonder pierement

De stad verandert snel, in deze en vorige eeuw razendsnel. ‘Het is de economie, sufferd!’ Ook, maar niet alleen. De doelen, en vooruit, idealen van de bestuurders evolueren. En die van fotografen ook. Het jubilerende Maria Austria Instituut (MAI) en het Stadsarchief presenteren zeventig jaar uit het dagelijks leven in de hoofdstad.
Amsterdam! Stad met een aparte status in dit kleine land. Amsterdam is anders, alles binnen haar gemeentegrenzen lijkt zich in een hogere versnelling te voltrekken. Okay, Rotterdam is dynamisch, maar dan toch vooral wanneer het werkgerelateerd is. In Amsterdam wordt geld gemaakt doordat bezoekers en bewoners het er graag uitgeven: al in de jaren dertig fotografeerde Sem Presser een overdadig verlicht kantoor van American Express.

De jaren veertig waren – zoals bekend – niet zo vrolijk. In mei 1945 maakte Carel Blazer een foto van een geïmproviseerd grafje: ‘Hier rust ons suikerbietje: verrek / verrot / verteer / rust zacht / maar keer niet weer.’ Rond 1950 kwam het stadse leven weer op gang en gingen we massaal winkelen (Kalverstraat, Frits Lemaire) en lekker met z’n allen op het terras zitten (’t Blauwe Theehuis, Wim Zilver Rupe). In het station heerste monumentale rust, maar die opname is van net voor het spitsuur (zie boven).

De stad werd al maar drukker en in de opnamen van Kees Scherer, Paul Huf, Bert Sprenkeling en Hans Buter uit de jaren zestig raakten de straten verzadigd met blik. Nico van der Stam fotografeerde een geparkeerde Simca 1000 die door een Fiat en een Opel (?) in de houdgreep werd genomen. Van der Stams foto’s zijn in kleur, een gegeven dat door de groei van de geïllustreerde tijdschriften een grote vlucht kreeg.

Vanaf de jaren zeventig zien we rond de beelden in het boek grotere witmarges. Toen was er echt iets aan de hand. De dynamiek in de fotografie veranderde omdat de fotografen hun twee-ogige middenformaat inruilden tegen zo’n handige éénogige kleinbeeld-spiegelreflexcamera. En de aandacht van de fotografen ging uit naar minder onschuldige thematiek. Voor die tijd waren de meest dramatische onderwerpen een verkeersongeval (merkwaardig genoeg vaak een tram die onvrijwillige contact maakte met een vrachtwagen) of een al even onvrijwillige duik in de gracht.

Na 1970 zien we foto’s van rellen (de Nieuwmarkt in de jaren zeventig, confrontaties tussen krakers en de mobiele eenheid in de vroege jaren tachtig), gedoe bij het monument op de Dam, demonstraties, grote bedrijfssluitingen en de crash in de Bijlmer (1992). Deze taferelen zijn praktisch allemaal in zwart-wit gefotografeerd, mogelijk geïnspireerd door de linkse ethiek zoals die werd uitgedragen in de fotografie van dag- en weekbladen als Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer, Het Parool en De Volkskrant.

Wat zie ik? / Amsterdam. stad van foto’s is de dubbele titel van boek en tentoonstelling. Uit de selectie voor het boek door de staf van het fotoarchief MAI (een kleine driehonderd beelden) koos het Stadsarchief honderdvijftig foto’s voor de tentoonstelling. Voor de fans van de hoofdstad is er genoeg te beleven. De foto’s zijn vaak fraai en minder voorspelbaar dan je bij een dergelijke expositie zou verwachten. Overigens blijf ik van mening dat vanwege de historiciteit en ten bate van het begrip voor het fenomeen fotoarchief een (kleine) selectie vintage foto’s een extra dimensie aan deze tentoonstelling zou hebben gegeven.

Wat zie ik? / Amsterdam. stad van foto’s
De expositie is tot en met 5 juni te zien in de expositieruimte van het Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32 aldaar.

Het boek
Wat zie ik? / Amsterdam. stad van foto’s
samenstelling: Barends & Elligens
teksten: Jessica Voeten en Titus Yocarini
paperback, 16,5 bij 18,5 cm, 348 pagina, 275 foto’s in kleur en zwart wit
uitgave: Voetnoot Amsterdam
prijs: 19 euro

stadsarchief.amsterdam.nl

www.maria-austria-instituut.nl

Een reactie plaatsen