DDK nr 20 is een continue stroom van pitches

DDK nr 20 is een continue stroom van pitches

Van fotografen wordt weliswaar verondersteld dat het sociale types zijn die zich graag onder de mensen begeven, maar ook dat ze vaak te verlegen zijn om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Maar klopt dat nog wel? Tijdens de twintigste aflevering van De Donkere Kamer in Pakhuis de Zwijger lijkt er althans sprake van een ommekeer.

Een ‘cultureel ondernemer’ is – aldus Wikipedia – “een producent van kunst die hiervoor zo veel mogelijk betalend publiek probeert te interesseren en tegelijkertijd streeft naar een sluitende exploitatie van zijn ‘onderneming’.” Het programma van De Donkere Kamer leent zich uitstekend voor het uitdragen van dit streven, zo blijkt ook nu weer.

De fotografen die komen pitchen – esentieel onderdeel van het programma – zullen ongetwijfeld zenuwachtig zijn voor hun optreden maar op het podium blijkt daar weinig van. Wat ze vertellen hebben, klinkt helder en wordt geroutineerd binnen de gestelde tijd van drie minuten uit de doeken gedaan.

De pitchers van deze avond: Marcel de Buck, met een eigenzinnig tentoonstellingsvoorstel waarbij de bezoekers worden uitgenodigd tegen minimale kosten (4 euro per print) zijn foto’s van de muur te trekken en mee naar huis te nemen. Doordat dezelfde beelden ook als een soort kalender achter elkaar worden opgehangen verandert de onderlinge relatie van zijn reeks voortdurend bij de verwijdering van een print;

Vivian Keulards, die gefascineerd is door ‘roodharigen’ en mensen die daar genetisch mee behept zijn al een tijdje portetteert, wil haar project graag voortzetten in Ierland – het ‘walhalla’ van roodharigen – en zou wel wat extra geld kunnen gebruiken om aldaar een autootje te huren. Ierland is relatief dunbevolkt en de dorpen liggen vaak erg afgelegen, dus voor het vervolg van de serie Elusive Beauty, heeft ze een huurauto nodig om de mensen die ze wil ontmoeten te kunnen bereiken.

Julius Schrank, tenslotte, pitcht voor zijn aanhoudende fascinatie voor Birma, dat sinds zijn eerste bezoek aan het land een drastische politieke ommezwaai doormaakt. De erkenning van World Press Photo (1e prijs Daily Life/ singles) is mooi meegenomen voor de in Nederland werkende Duitse fotojournalist, maar een beetje financiele ondersteuning om door te kunnen werken aan zijn Birma-project zou ook zeer welkom zijn.

Het pitchen wordt zoals altijd afgewisseld met een aantal interviews. Ook dan valt op dat de fotografen die worden onderworpen aan een vraaggesprek precies lijken te weten hoe ze hun ‘product’ moeten ‘pitchen’ aan het publiek.

Vanavond is Arjan Bronkhorst te gast en hij vertelt over het succes van zijn boek Grachtenhuizen, dat verscheen in het jubeljaar voor de Amserdamse grachtengordel, 2013. Gespecialiseerd in architectuur-, monumenten- en erfgoedfotografie en het bezit van een stel opgepoetste ‘stoute schoenen’ besloot Bronkhorst dat het tijd was om gewoon eens hier en daar aan te bellen met de vraag aan de bewoner of hij hun huis mocht komen portretteren.

Inderdaad, het was niet de bedoeling om ‘standaard’ het interieur vast te leggen – dat kennen we al wel uit de bladen. Het uitgangspunt was specifiek om de bijzondere geschiedenis en het eigenaardige karakter van de grachtenhuizen te bestuderen en op associatieve wijze (zonder rigide vooropgezet concept) vast te leggen en te documenteren in een mooie uitgave. Bronkhorst liep in eerste instantie aan tegen onbegrip voor zijn aanpak bij verschillende uitgevers en besloot daarop het boek dan maar zelf het daglicht te laten zien – met alle risico’s voor eigen rekening, maar uiteindelijk ook resulterend in eigen gelijk.

De eerste druk van vierduizend exemplaren is uitverkocht, maar met trots verteld van Bronkhorst  dat er is inmiddels een tweede druk is verschenen bij zijn eigen uitgeverij Lectura Cultura. Van 21 maart tot en met 31 augustus 2014 zijn op initiatief van het Amsterdam Museum ruim 60 fotowerken van Bronkhorst te zien over de dertig Amsterdamse grachtenhuizen en hun bewoners die hij heeft bezocht…

…en het boek (tweede druk) kan in de pauze van het programma gesigneerd worden aangeschaft bij de boekenstal in het foyer! Ook dat is een vast onderdeel geworden van De Donkere Kamer: fotografen komen niet alleen vertellen over hun werk, ze zijn er ook om de waar aan de man te brengen. Dat wordt al duidelijk in de lange aanloop naar het eerste onderdeel van het programma, waarin Jan en alleman aan de beurt komt om van alles en nog wat aan te prijzen – boeken, gratis krantjes, tentoonstellingen, lezingen, workshops, of anderszijds. Waarvan akte.

Vooraf aan het reguliere programma wordt de ene moderator van De Donkere Kamer (Lars Boering, voorheen Fotografen Federatie) ook nog even door de ander (Edie Peters, PhotoQ) in het zonnetje gezet met de hartelijke felicitaties en een flesje champagne voor zijn onvermoeibare pogingen om de verschillende belangenbehartigers van de professionele fotografie onder dezelfde paraplu te krijgen.
(Meer over de stand van zaken van de nieuwe beroepsvereniging ‘Dutch Photographers’ hier)

Voorafgaande aan de pauze is er nog aandacht voor de buitenproprtionele balgcamera van Jeroen de Wijs, een uitzonderlijke en unieke constructie die hij zelf heeft ontworpen en heeft kunnen maken met behulp van ‘experts’ (meubelmakers, restaurateurs). De body van de camera is een aantal meters in het vierkant – de exacte maatvoering varieert afhankelijk van hoever de balg wordt uitgetrokken – en is zorgvuldig opgebouwd uit Amerikaans kersenhout. De bijbehorende lenzen heeft hij na uitvoerig onderzoek op de kop getikt bij beurzen.

Was de bouw al geen eenvoudige klus, het fotograferen op basis van collodion – een dikke stroperige vloeistof die wel als kleefmiddel werd gebruikt en als basis voor een lichtgevoelige laag in de beginjaren van de fotografie – is een al even bewerkelijke procedure. De negatieven op glas (50 x 60 cm) zijn even megalomaan van afmeting maar het uiteindelijke resultaat is des te bevredigender voor Jeroen de Wijs, die niet alleen deskundig fotograaf is, maar ook doceert aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam.

[Het programma is, net als dit verslag ervan, inmiddels behoorlijk uitgelopen maar ook dat is eigenlijk vaste prik geworden.]

Na de pauze neemt Bruno van den Elshout het woord en behoudt ook graag het initiatief om zijn New Horizons te ‘pitchen’. Want dit lijkt de trend: gasten van De Donkere kamer die komen voor een interview controleren graag zelf hun verhaal. Van den Elshout is dan ook een vasthoudend type bij wie impulsen of ‘ideetjes’ worden uitgewerkt in groots uitgevoerde en langdurige ‘concepten’. Dat hij over een lange adem beschikt, bewees hij eerder al bij een rondreis door alle Europese lidstaten en in 2012 opnieuw met het ‘idiote plan’ (zo omschreven door Boering) om gedurende een heel kalenderjaar elk uur een foto te nemen van een zee-aanzicht.

In Scheveningen, vlakbij zijn huis in Den Haag, monteerde Van den Elshout een computer en een camera aan een betonnen constructie zodat dit stabiel genoeg was op dit klusje te klaren. Het resultaat: 8785 horizons waarvan er geen een dezelfde is – exclusief een enkel ontbrekend beeld wegend storm- en waterschade, maar ruim voldoende om een representatief beeld te geven van de weersomstandigheden van dat jaar. De uiteindelijke bestemming van dit alles is, hoe kan het ook anders: een boek. Waarvoor, en dat mag wederom geen verrassing heten, nog het benodigde geld bijelkaar moet worden geharkt.

Aan de kwaliteiten van ‘cultureel ondernemerschap’ en enthousiasme voor het project zal het in ieder geval niet liggen. Dat dit in het geval de volgende gast op het programma niet veel ander is blijkt wel uit de gecontroleerde wijze waarop Paul Breuker uitleg geeft over zijn lange loopbaan als ‘bruidsfotograaf’. Breuker laat zich niet zomaar interviewen door Sandra de Witte (inmiddels vaste waarde in het DDK-team) en neemt graag zelf het initiatief om de vaak hilarische bruidstaferelen (hij omschrijft het zelf als ‘poezie van het alledaagse’) die hij de afgelopen twintig jaar bijelkaar heeft gefototografeerd met een bijbehorende slideshow te presenteren.

Hoewel altijd ‘geslaagd’ voor de bruidsparen en hun gasten zijn sommige bijeenkomsten toch een beetje te saai voor Breuker en ook dan neemt hij graag de touwtjes in handen om een en ander in gang te zetten. Niet dat hij al te veel wil manipuleren, maar wanneer zich de kans voordoet om een bruidsprocessie over de Wallen te laten geschieden in plaats van vervoer per auto, ja, dan laat deze fotograaf het zich niet ongelegen om de voettocht naar de kerk te promoten – in de hoop en verwachting dat dit zal leiden tot fotogenieke situaties.

Na een kort intermezzo met fotograaf Joost Bataille en stadsdichter van Haarlem, Sylvia Hubers (Bataille verzocht vijftig stadsdichters door heel Nederland en Vlaanderen om een gedicht te maken op het portret dat hij van ze maakt) is tenslotte nog het woord aan Koen Hauser. Hij werd onlangs verkozen tot opvolger van Ilvy Njiokiktjien als ‘Fotograaf des Vaderlands’ en zal als zodanig worden gepresenteerd tijdens de tweede Fotoweek, later dit jaar.

Opgewekt en trots spreekt hij zijn verwachtingen uit over deze onlangs vergaarde titel. Hoewel nog niet helemaal uitgewerkt heeft Koen Hauser het plan opgevat om het thema – ‘Kijk, mijn geluk’ – als volgt te benaderen: eerst doet hij een algemene oproep aan iedereen om foto’s in te sturen waarop hun geluksmoment staat afgebeeld en vervolgens zet hij de mensen die staan afgebeeld in als model voor een remake.

Voor die shoot maakt Hauser gebruik van zijn eigen team (visagie, styling, etc.) om zo tot een eigen interpretatie en een reproductie van het bestaan de beeld te komen. Een bewerkelijke klus – met name in de voorbereiding blijkt dat het vinden van geschikt beeldmateriaal nauw luistert – maar uiteindelijk verwacht Hauser tijdens de Fotoweek twaalf tot vijftien uitwerkingen van deze ‘dubbelportretten’ te kunnen presenteren.

Na vanavond mag geconcludeerd worden dat fotografen, hoewel vaak eenlingen in hun werk en eigenzinnig in hun ambities, zich steeds meer bewust lijken van de noodzaak om die prestaties publiekelijk te presenteren. De creatieve krachten worden althans op pragmatische wijze gebundeld en met elkaar verenigd.

Uitslag van de ‘pitch’:

Marcel de Buck: 382 euro

Vivian Keulards: 500 euro

Julius Schrank: 760 euro