De Breukel-blik

De Breukel-blik

Vierenveertig paar ogen sieren de wanden van het Maison Européenne de la Photographie in Parijs. Sommige blikken recht in de camera, nodigen je uit tot terugkijken of maken juist dat je de blik wil afwenden. ‘Als jij naar mij kijkt, kijk ik terug’, lijken ze te zeggen. Verreweg de meeste ogen zijn gericht op een punt binnen het kader of ergens achter ons, op een horizon uit het verleden. De blinde ogen van de geportretteerden uit Cosmetic View registreren niets van de aandacht die hen op de tentoonstelling Faire Face ten deel valt.
Wie echter verder wil kijken dan het adembenemende uiterlijk van de foto, stuit op een barrière. In het merendeel van de portretten is voornamelijk fotograaf Koos Breukel zelf te herkennen; iets van de persoonlijkheid van de geportretteerden is nauwelijks te ontwaren. De kunstenares, de vrouw met het glazen oog, de jonge overlevende van een vliegtuigramp en zelfs de vrouw met wie hij enkele jaren een relatie had, kijken allen met dezelfde naar binnen gekeerde blik in of naast de camera. Het is een kenmerk dat zich pas openbaart wanneer er, zoals hier, een groot aantal foto’s naast en boven elkaar hangt. Blijkbaar is dit Breukel’s formule voor een neutrale blik. Een blik met net genoeg drama om er een reeks loodzware gebeurtenissen aan af te kunnen lezen. Ikzelf werd eens door hem geportretteerd en ook in mijn eigen blik herken ik die typische stuurse leegte. Alsof wanneer je plaatsneemt voor de camera, je gezicht zich automatisch plooit naar wat je uit Breukel’s werk kent.

Maar voor de geduldige kijker zijn er uitzonderingen te ontdekken. Fotografe Charlotte Dumas (zie portret boven – red.) bijvoorbeeld, lijkt zich niet te willen schikken in de Breukel-blik. Met één oog dringt ze door het glas, langs de lijst, recht bij je naar binnen. Ze laat je toe tot op zekere hoogte, intrigeert, houdt je vast. Een glimp van haar persoonlijkheid, haar koppigheid, is het cadeautje dat je krijgt voor langer kijken.

Oud-voetballer Jany van der Veen daarentegen, maakt een hulpeloze indruk. Radeloosheid speelt over zijn gezicht, huist in zijn te ruime jasje, spreekt uit zijn gebogen houding. Aandacht van de toeschouwer lijkt het enige middel om hem in zijn lijst te houden, om te zorgen dat hij niet in het zuigende zwart van de achtergrond verdwijnt.

Maar wat te denken van de overlevenden van het vliegtuigongeluk in Faro, Portugal? Hangt hun hoofd niet nog een stukje lager dan dat van de anderen? Wat bedoelt Breukel daarmee? Categoriseert hij ze daarmee niet als ‘zielig’ en ‘slachtoffer’ En wat als dat de bedoeling is? Vinden we dat dan nog sympathiek? Het zijn legitieme vragen, maar ze leiden wel af van het portret, van de mens die zich kwetsbaar opstelt.

Om echt iets te weten te kunnen komen van een persoon, volstaat een enkele foto niet. Bovendien: hoe meer je van de achtergrond van een persoon kent, hoe meer je in zijn of haar portret kunt ontdekken. Maar de meeste toeschouwers kennen die verhalen niet, en dus komt het vaak aan op giswerk. Veel fotografen, zo ook Breukel, werken daarom met bewegend beeld en in reeksen. Bijvoorbeeld de reeks van Breukels vriend Michael Matthews, ook te zien op de tentoonstelling. In een verloop van zes stappen, ik beweeg van rechts naar links, zien we steeds een stukje minder van zijn gezicht, tot op het punt dat zijn hoofd zo laag hangt dat alleen zijn rug nog te onderscheiden is. Zijn diepzwarte huid uitgedroogd, als het craquelé van een dorstige rivierbedding. In eerste instantie buitelen er legio vooroordelen over elkaar heen. Over Afrika, Aids, hongersnood en trainingsbroeken. Mag ik hier naar kijken? Opnieuw dat rijtje vragen. Dan blijkt dat hij poëet en acteur is en op slag verandert de manier van kijken. In hoeverre manipuleert hij zelf de manier waarop wij hem zien? Is hij zich bewust van de poëzie van zijn rug, de golvende lijn die het verloop van de foto’s zichtbaar maken? Als je durft stil te staan, bestaat de kans dat je overvallen wordt door een diepe droefenis, gepaard met een blijde ontroering over dat het hem gelukt is zijn predestinatie te ontstijgen.

Ook in Breukel’s voor de gelegenheid uitgegeven publicatie is de kracht van de reeks te zien. Denk aan de drie beelden die hij maakte van fotografe Taryn Simon. De verlegen blik, de hoog dichtgeknoopte kraag, de belofte van een glimlach en het bewustzijn van de aanwezige camera laten meer van haar zelf zien dan een enkel beeld gedaan zou hebben en scheppen een sfeer die je zou kunnen kennen uit haar eigen foto’s.

Het dubbelportret van Roy Villevoye en zijn dochter is de absolute apotheose. Het verloop van tijd wordt belichaamd door de twee generaties. Dochter Villevoye, staand tussen de knieën van haar vader, blikt met de onverschrokkenheid van de jeugd in Breukels lens. Villevoye zelf heeft zijn hoofd afgewend. Donkere kringen onder zijn ogen een teken van diepe vermoeidheid. Zijn geest manifesteert zich in zijn dochter, de beurt is aan haar.

Buiten kijf staat natuurlijk dat Breukel buitengewoon mooie foto’s maakt. Hij is meester in het gebruik van licht, heeft zijn camera onder controle. Zelden zie je zulke perfecte afdrukken. Jammer dat de meeste personages hermetisch in kun kader zitten. De begeleidende publicatie is een goede vervanging, zeker als je niet in de gelegenheid bent de tentoonstelling te bekijken. Door het kleine formaat en de verschillende opgenomen reeksen, kun je er, in je eigen tempo, helemaal induiken. Misschien ontvouwen zich in die intimiteit verhalen die in de tentoonstelling grotendeels afwezig zijn.


Koos Breukel
Faire Face
Maison Européenne de la Photographie, Parijs (F)
Te zien van 08.09.2010 tot 31.10.2010
gezien op 18 09 2010

Werk van Koos Breukel online:
www.vanzoetendaal.nl
www.koos-breukel.com

Lotte te Voorde: Cultuur Cocktail

Zie ook het video-interview met Koos Breukel in Parijs:

Plaats een reactie