‘Found Photography’ moet gevonden worden

Nieuwe en interessante bijdrage aan de discussie rond Off the Record: ‘Ik verwonder mij persoonlijk al enige jaren over de massale – en ogenschijnlijk kritiekloze – omarming door een veelheid aan fotografische instellingen van het kiekje, zonder dat er van duidelijke onderlinge afstemming of zorgvuldige beleidsvorming sprake lijkt te zijn,’ zo schrijft Fleur Roos Rosa de Carvalho, assistent curator bij het Van Gogh Museum en lid van de denktank Jong Holland.
Overzicht van de discussie: Zonder direct artistiek doel


Is het werkelijk verwonderlijk dat de discussie die de afgelopen weken is losgebarsten rondom de recente aankoopstentoonstelling van het Stedelijk Museum wordt gekenmerkt door een emotionële, of zelfs bozige toon? Op een enkele uitzondering na zijn de reacties afkomstig van beroepsfotografen die voor hun inkomen deels afhankelijk zijn van het koopgedrag van de verschillende instituten op het gebied van de fotografie. Mijns inziens overstijgt het belang van deze discussie echter de – al dan niet terechte – verontwaardiging van een gepasseerde groep. Deze discussie zou in de eerste plaats door de verantwoordelijke beleidsmakers binnen de verschillende instituten moeten worden gevoerd. Zij dragen tenslotte een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor wat we voor het gemak maar even de Collectie Nederland zullen noemen. Ik verwonder mij persoonlijk al enige jaren over de massale – en ogenschijnlijk kritiekloze – omarming door een veelheid aan fotografische instellingen van het kiekje, zonder dat er van duidelijke onderlinge afstemming of zorgvuldige beleidsvorming sprake lijkt te zijn.

Zoals Hans Aarsman het zelf op treffende wijze heeft verwoord: “Fotografie is groter dan iedere opvatting erover, fotografie is zo groot als het leven.” Het klopt dat de fotografie zo divers en ongrijpbaar is als het leven zelf. Ook kan de fotografie een democratisch medium worden genoemd. In deze eigenschappen ligt zelfs een groot deel van haar aantrekkingskracht en schoonheid besloten. Maar juist uit deze opwindende eigenschappen komt voor een gesubsidieerd instituut de noodzaak van het selecteren en beredeneren voort. In een museum moet de fotografie noodgedwongen in bepaalde kaders worden gevat om voor het publiek tot bepaalde verhaallijnen en contexten te komen, zowel in tentoonstellingen als in de vaste collectie. Als elke instelling de grote diversiteit van de fotografie in haar verzamelbeleid tot uiting wil laten komen, kunnen deze veelal gesubsidieerde instituten zich hierover onmogelijk verantwoorden aan de aangeschreven fondsen en dus indirect aan de bevolking.

Vooral rond de huidige voorliefde voor amateur-kiekjes, ook wel ‘vernacular photography, of de zogenaamde ‘found photography’ wringt het, vanuit de vaststelling dat in de term ‘found photography’ de noodzaak van een vinder al besloten ligt. Deze absolute noodzaak roept vragen op over de identiteit van de maker. Zo vraag ik me serieus af wat de medewerker van het Stedelijk Museum tijdens het registreren van de recente aankoop zal gaan invullen bij het inmiddels beladen veld van ‘maker’, of beter nog ‘kunstenaar’. Zou het Ria van Dijk zijn, de schietgrage huisvrouw die door haar hoofdrol in deze discussie zo langzamerhand iconische proporties begint aan te nemen, of toch Aarsman zelf, die met zijn vlijmscherpe en betekenisvolle blik deze beelden aan de vergetelheid onttrekt? In de betreffende tentoonstelling op Art Amsterdam was te zien hoe Aarsman de werken van Ria en anderen uit hun context haalde en eigen maakte door de – ook fysiek – kleine werkjes opgeblazen aan de wanden te hangen. Iets wat Erik Kessels enkele jaren geleden precies zo deed in ‘zijn’ tentoonstelling in het Centraal Museum. Ook ben ik benieuwd wie die tienduizenden euro’s van het gemeentelijke aankoopbudget eigenlijk heeft ontvangen? De kiekjesnemers, of toch Aarsman, die als betekenisgever een royaal vindersloon lijkt te hebben verdiend.

Nu de tentoonstelling achter de rug is, zullen de werkjes allemaal van passe-partout worden voorzien en stuk voor stuk worden opgeborgen in beschermende dozen. Wat zal de status zijn van deze werkjes zijn als ze over een paar jaar uit de dozen wordt gelicht? Komt de betekenis en waarde van de foto’s in Off the Record niet direct voort uit de overkoepelende visie van Aarsman? En zou deze visie niet veel beter tot zijn recht zijn gekomen in enkel een signalerende tentoonstelling? Dan was het Stedelijk meegelift met een eigentijds fenomeen in de fotografie, zonder het risico dat de betekenis verloren gaat op het moment dat de aankoop opgaat in de al bestaande fotocollectie. Komen de charmante en vaak anekdotische series die voortrekkers als Kessels en Aarsman steeds weer weten op te duikelen niet veel beter tot hun recht op het net, of binnen de meer vrijblijvende en bescheiden context van het uitstekende en altijd verrassende tijdschrift Useful Photography of bijvoorbeeld in de reeks In almost every Picture?

De recente oproer is ontstaan nadat het Stedelijk het publiek openlijk heeft betrokken bij haar aankoopbeleid, maar in bijna alle instanties wordt momenteel achter de schermen op grote schaal ‘found photography’ aangekocht. Interessant is dat het hier niet een geaccepteerd ‘visionair’ als Aarsman betreft, maar de conservator zelf die het internet, de rommelmarkt of het Institute of Concrete Matter afstroopt op zoek naar fotografie die gevonden wil worden. De criteria die bij deze selectie worden gehanteerd lijken in sommige gevallen niet verder te gaan dan het esthetische oordeel van de vinder, terwijl dat soort keuzes de persoonlijke smaak idealiter zouden moeten overstijgen. Overigens kopen sommige historische collecties eveneens op grote schaal amateurfotografie aan, maar die selecteren ook vanuit de historische en sociale inhoud van het beeld. Omdat het bij dergelijke aankopen vaak om relatief zachte prijsjes gaat, zullen er voor de financiering niet veel officiële toetsingsmomenten plaatsvinden. Maar de vraag waarom je als fotoinstelling voor het amateuralbum kiest dat vandaag op Ebay verschijnt vanuit een inboedel in Arizona en niet wacht op de duizenden albums die morgen vanuit de hele wereld aangeboden zullen worden, blijft vanuit de huidige nadruk op het belang van onderlinge afstemming rondom de Collectie Nederland relevant.

Mijns inziens zit het probleem dus niet zozeer in de keuze van de commissie of in het onderscheid tussen kunst- en amateurfotografie, maar in de weigering van de diverse fotografische instellingen om werkelijk na te denken over de problemen rondom het aankopen van de zogenaamde ‘found photography’, het nalaten van het maken van een duidelijke keuze in hun aankoopbeleid en het onderling differentiëren. Merel Bem bekritiseerde in april 2006 in een artikel in de Volkskrant het museum al als “plek waar ‘slechte’ kunst wordt geweerd, maar waar mislukte fotografie nauwelijks weerstand ondervindt.” De Mondriaan Stichting heeft recent aangegeven dat aankopen wat hen betreft voor de eeuwigheid worden gedaan. Los van de vraag of van dat soort uitspraken niet vooral een verlammende werking uitgaat, lijkt het zinvol om als fotografische instellingen met elkaar de discussie aan te gaan over het aankoopbeleid en tot een gefundeerde onderlinge verdeling te komen.

Fleur Roos Rosa de Carvalho

Een reactie plaatsen