Geen Amsterdamsere straatfotograaf

Geen Amsterdamsere straatfotograaf

Het kleine meisje voorop kijkt met de ernst van een kind dat iets te vroeg voor haar leeftijd een verantwoordelijke taak op zich heeft genomen. Zij is het die stuurt, niet haar vader. Ga ik maar even vanuit dat de fietser haar vader is. Vader heeft het stuur met maar één hand vast, niet eens bij de handgreep. De handgreep heeft het kleine meisje beet, vader heeft zijn hand verderop het stuur. In de bocht van het stuur; een rotplek als het om houvast gaat. Hij kan geen vijf vingers kwijt, zijn duim steekt boven het stuur uit. Kan het meisje wel sturen, drie jaar hoogstens? Al zou ze willen, haar zitje zit vast aan het stuur, welke beweging ze ook maakt, het stuur gaat er niet mee om, ze heeft niets om tegen af te zetten.
Vader heeft zijn andere hand niet op het stuur omdat hij daarmee zijn zoon draagt. De zoon en dochter kijken naar voren, beiden heel betrokken bij het verkeer. Niet dat ze geen vertrouwen in de afloop hebben, het is uit pure interesse. Achter vader zit nog iemand op de fiets, op de bagagedrager.

‘Hoe heet dat ding achterop je fiets?’ keek mijn oude fietsenmaker me bestraffend aan als ik een nieuwe kwam halen, de vorige afgebroken.
’Juist, bagagedrager, niet personendrager.’

Wie op de bagagedrager zit kunnen we niet zien, het is een zij, dat wel. Ze wordt uit beeld gehouden door de rugzak die vader om heeft. Behalve kind aan het stuur, kind op de arm, een derde achterop, ook nog een rugzak. Het is geen derde kind dat daar zit, het is een volwassen vrouw, met een volwassen hand, daarmee houdt ze vader bij zijn middel vast. Het is moeder. Moeder heeft zelf ook nog een tas om haar schouder, twee tassen eigenlijk, een bruine waar een rode inzit. Om het gewicht te compenseren van zijn zoon die hij met de linkerhand vastheeft, zit vader naar rechts hellend op de fiets. Vanuit hem gezien dan.

Als moeder achterop aan de rechterkant was gaan zitten had dat niet gehoeven. Maar zij zit net als de zoon links. Dat is zoveel gewicht aan de linker kant, wat hij ook naar rechts helt, alleen kan vader het geheel niet in balans krijgen. Daarom heeft moeder haar benen naar rechts uitgestoken. Het kost haar moeite, je kunt het zien aan de spanning in haar tenen. Dat wordt wat als ze een bocht naar rechts nemen en ze moet haar benen intrekken om de Amsterdammertjes te ontwijken. Hopen maar dat vader een ruime bocht neemt.

Een representatievere foto dan deze is voor het werk van Thomas Schlijper niet denkbaar. Hij heeft een neus voor situaties waar het toeval op het punt staat de verkeerde kant op te slaan, waarna op een heel Amsterdamse manier alles toch weer op zijn pootjes terechtkomt. Zouden wij de tegenwoordigheid van geest bezitten dat soort momenten te zien, dan hadden we of geen camera bij ons, of hij zat nog in onze tas. En hadden we hem toevallig toch in onze hand, dan nog zouden we het nooit op de onnavolgbare dynamische manier van Schlijper kunnen vastleggen. Sinds de uitvinding van de fotografie heeft er geen Amsterdamsere straatfotograaf door de straten van Amsterdam gelopen.
Door de overdadige vormgeving van ‘Ik ben Amsterdam’ met lijnen, grijze vlakken en promo-tekstjes moet je even heenkijken, maar dan zie je ook wat.

Ik ben Amsterdam
PixelPerfect Pubications
ISBN 9789490848606
120 foto’s voor € 29.95

Een reactie plaatsen