Kijk goed: alles is de moeite waard

Kijk goed: alles is de moeite waard

Afgelopen zondag sloot Lotte te Voorde met een ‘live recensie’ de expositie a bunch of metaphysical connections af in de Haagse galerie Liefhertje en De Grote Witte Reus. Over het werk van Edwin Deen, Krista van der Niet en Koen Hauser. En over een ziekelijke drang tot verzamelen.

Als je goed om je heenkijkt, zie je dat alles de moeite waard is

Het is zondag, dus ik wil beginnen met iets op te biechten. Meestal is het eerste wat ik doe als ik hier binnenkom, of toch wat ik zou willen doen, door de winkel struinen. Deze winkel, gevuld met dingen die een meisjeshart begeert: porselein, sieraden, tassen om je mee te onderscheiden, kinderspeelgoed waar je spontaan zwanger om wil worden. En dan ook nog gepresenteerd in en op Pastoe meubelen. Het is om van te watertanden. Een presentatie kortom die, of het nu je smaak is of niet, direct herkenbaar is als mooi, bijzonder, begerenswaardig.

Over verzamelen
Voor ik iets zeg over de hier tentoongestelde werken, een kort college over verzamelen.

Verzamelen zit in de menselijke aard. In ieder geval in de aard van de westerse mens. Eerder in onze jaartelling, ten tijde van de grote overzeese ondernemingen en veldtochten van types met De Grote achter hun naam, ontstonden er rariteitenkabinetten: vaak een glazen kast vol opgezette vogels, natuurverschijnselen als schelpen, medische preparaten, gesneden ivoor en andere snuisterijen.

In sommige gevallen liep die verzamelzucht – een bewijs van ondernomen reizen en overwinningen, maar zeker ook een illustratie van nieuwsgierigheid en hebzucht – in sommige gevallen dus, liep het dermate uit de hand dat er een speciale kamer voor die spullen werd ingericht of zelfs een gebouw werd neergezet, waarin ook ruimte was voor de familieportretten en het afgehakte hoofd van de minnaar van je vrouw. Nog weer later stelden enkele rijkaards die gebouwen mondjesmaat open voor het publiek: het concept museum was geboren.

Toen de welvaart toenam konden ook gewone mensen het zich veroorloven een verzameling aan te leggen: vingerhoedjes, postzegels, munten, glaswerk, en voor die iets beter bedeelden oude kunst, hedendaagse kunst, fotografie, designer-tassen, -schoenen en –meubilair en keukenapparaten van Kitchenaid. Wat wie ook verzamelt, het is een vorm om welvaart mee uit te drukken die vaak gepaard gaat met een zekere mate van obsessiviteit. Ook geldt dat hoe toegankelijker iets wordt, hoe meer je je best moet doen je te onderscheiden. Want hoe exclusiever, des te begerenswaardiger. Hoe indrukwekkender de omstandigheden waaronder iets is aangeschaft, des te waardevoller.

Begin dit jaar is hoarding als zelfstandige ziekte toegevoegd aan het handboek psychiatrie. Hoarding betekent problematisch verzamelen. Hoarders verzamelen zoveel dat hun omgeving onleefbaar wordt. Dat heeft nog weinig te maken met welvaart, maar alles met ongelukkig zijn, met trauma’s en de obsessie voor een onverwerkt verleden.

Edwin Deen
Over naar hier en nu. Want hoewel verzamelen obsessieve en ziekelijke vormen kan aannemen, is het vaak ook een tastbare representatie van verwondering die mensen ten deel valt. Neem Edwin Deen, die zich in een buitenlandse supermarkt van de ene verbazing in de andere laat vallen. Gewoon boodschappen doen met zijn geliefde wordt bijna onmogelijk door het trage tempo waarmee hij zich door exotische winkels als Carrefour beweegt. Geen schuurspons ziet er hetzelfde uit als in Nederland.

Al schuifelend, sluipend, kiest hij spullen die hem opvallen vanwege de vorm, de kleur of de onduidelijke of juist zeer specifieke toepassing. Hij koopt zijn materialen in, zoals een schilder zijn verf en kwasten zorgvuldig kiest, om er later een van zijn experimenten mee uit te voeren. Althans, tot het moment dat de aangekochte voorwerpen samen een werk zouden gaan vormen.

De eerste Local Collection, waarvan jullie er hier drie zien, maakte hij in Frankrijk. Hij realiseerde zich dat hij een collectie had aangelegd van herkenbare, maar toch vreemde zaken. Hij vorderde het campingtafeltje, schikte zijn aankopen en maakte een foto. De ironische, onofficiële, ondertitel van dat eerste werk in wording is “ondertussen pakte mijn vriendin de tent in”.

Elke Local Collection wordt op een specifieke plaats gemaakt. Door ze telkens op gelijke wijze te presenteren benadrukt hij zowel de overeenkomsten als de, cultureel bepaalde, verschillen die tussen landen bestaan. Maar het gaat hoofdzakelijk om de esthetische ervaring die Deen benadrukt. Kijk hoe vreemd, mooi, kleurrijk. Kijk hoeveel aandacht er aan deze verpakking is besteed. Kijk naar deze voorwerpen die regelmatig in je handen hebt maar waaraan je waarschijnlijk nooit veel aandacht besteedt. Er gaat een bijna troostende werking vanuit omdat je, ook als je het niet breed hebt, toch een verzameling bijzondere objecten binnen handbereik hebt die je in je provisiekast zo kunt rangschikken dat je bij het openen een esthetische ervaring cadeau krijgt.

Krista van der Niet
Ook Krista van der Niet verzamelt voorwerpen ter inspiratie en als materiaal om mee te werken. De goed gesorteerde groenteboer om de hoek is een goudmijn voor groenten en fruit met precies de juiste vorm, kleur en glans. Dat fruit verdwijnt niet naar huis maar naar haar studio waar ze het net zo lang arrangeert tot ze een ensemble heeft dat vereeuwigd kan worden. Maar ook thuis worden de bananen, appels en mandarijnen zo gerangschikt dat het een lust voor het oog is. Ik ken Krista niet zo goed, maar ik kan me voorstellen dat er soms een zucht wordt geslaakt als er weer eens iets onaandachtig naar binnen wordt geschrokt door een van haar huisgenoten.

Maar niet alleen fruit – hebben jullie de rabarber op de gang al gezien? – heeft Krista’s aandacht. Ook de HEMA-spelden waarmee ze doorgaans gewoon dingen vastzet worden aandachtig bekeken. Voor de serie Seven pins and one match zocht ze voor elk van de zeven kleuren uit het doosje naar een in kleur overeenkomstige kartonnen achtergrond. Ze ontdekte dat niet één speld even groot of recht is als de ander, dat ook de kleuren niet standaard zijn maar ontworpen.

Wat zegt dat nu? Dat zegt iets over aandacht, over waarneming, over oprecht zijn. Kijk naar de diepe kleuren van de prints, kijk naar hoe het grijs van de ondergrond verandert met elke nieuwe achtergrond. Zie jezelf staan met je neus bovenop een speldenknop, talloze malen in waarde vermeerderd. Zie hoe monumentaal een onbenullige speld kan zijn zonder dat het cynisch wordt.

Koen Hauser
Het werk van Koen Hauser laat zich niet goed uitleggen binnen de context van het verzamelen, al maakt het natuurlijk wel deel uit van zijn praktijk. De verwantschap met Deen en Van der Niet speelt op het vlak van kijken, aandacht (ja, weer die aandacht), van het herkennen van de esthetische kwaliteit van gebruiksvoorwerpen, ziekten, grillen der natuur.

Je zou het een aanleg voor verwondering kunnen noemen, gecombineerd met het talent om vooroordelen opzij te schuiven. Verder kijken dan je neus lang is, heet dat in goed Nederlands. Hauser tart het uithoudingsvermogen met zijn serie afbeeldingen aan de muur. Ga voorbij de kleuren. Zie je waar je naar kijkt? En als je het weet, kijk dan nog eens. Ook al vindt je maag dat misschien niet fijn. Zie tegelijkertijd hoeveel aandacht er in een verleden is geschonken aan het prepareren van voorbeelden ter illustratie. Ooit een stuk huidaandoening met een wit kraagje gezien?

Zijn dia-installatie Amethyst is nog veel meer op gevoelsniveau met de andere werken in de tentoonstelling verbonden. Hoewel het makkelijker is om naar de overduidelijke schoonheid van een model te kijken, dan die te ontdekken in iets uit de keukenla, wordt schoonheid in Amethyst een beetje saai. Er gaat iets dwingends uit van de trage veranderingen, van de vele verschillende hoeken van waaruit het gave gezicht wordt getoond. Nu weten we het wel. Tegelijkertijd knaagt er iets: zo’n te perfect voorbeeld is misschien gewoon frustrerend.

Hauser, ook modefotograaf in opdracht, voelt dat haarfijn aan. Hij draait het proces om dat Van der Niet en Deen hebben ingezet door de schaduwzijde van esthetiek te tonen: ledigheid. Bovendien ligt er verval op de loer. En daar kijken we al helemaal niet graag naar. Maar blijf kijken. Want hoewel ledigheid en verval onverbiddelijk en onafwendbaar zijn, schuilt ook daar schoonheid in. Slimme jongen die Hauser.

Samenvattend: esthetiek alleen is misschien ledig en hoewel noodzakelijk voor een gelukkig leven, zit ze niet per se in het hoekje waar je haar verwacht.

Antiserum
Komen we aan bij de conclusie.

Dat hoarding juist nu een eigen plek in een handboek krijgt zegt iets over de status van verzamelzucht. Het is een teken dat er iets uit de hand is gelopen. Er is niet voor niets een kredietcrisis: altijd maar meer lenen om meer spullen te kunnen kopen. De hele westerse samenleving leidt aan hoarding.

Deze tentoonstelling laat zien dat weinig – niets? – onbenullig genoeg is om over te slaan. Ze toont aan dat Van der Niet, Deen en Hauser, irritant goed zijn in tijd nemen en kijken. Ik zie deze verzameling werken als een krachtig antiserum tegen overvloed en hebzucht. ‘Kijk verdomme om je heen,’ zeggen ze. ‘En ervaar de overvloedige schoonheid waarmee je bent omringd.’

Verwondering is rijkdom, en dat kan zomaar in een klein hoekje zitten. Gratis. Ga met die gedachte in je achterhoofd nog maar eens in de winkel hiernaast kijken. (En koop dan toch maar wat, er moet tenslotte ook wat verdiend worden.)

Lotte ten Voorde / Cultuur Cocktail

Liefhertje en De Grote Witte Reus

Een reactie plaatsen