Kleurechte fotojournalistiek

Kleurechte fotojournalistiek

De winnaars van fotoprijzen als World Press Photo en de Zilveren Camera krijgen uiteraard veel gelukwensen en schouderklopjes. Maar de keuzes van de jury’s leiden even vaak tot kritiek. Zo klinkt deze week onder meer gemor op over de lage kleurverzadiging in de foto van de dramatische Palestijnse begrafenisstoet waarmee Paul Hansen dit jaar de hoofdprijs van World Press Photo won.

Gelukkig is er wel sprake van vooruitgang. Waar de fotojournalisten in het eerste decennium van deze eeuw met photoshoppen vooral photofucken bedoelden, zeg maar het verwijderen of inplakken van beeldelementen, gaat het nu alleen nog maar over de vraag of de kleuren die de foto toont wel levensecht zijn.

Zo laat directeur Allen Murabayashi van het internationale fotografenportal Photoshelter zien dat de foto van de Palestijnse rouwstoet die Paul Hansens werkgever, de Zweedse krant Dagens Nyheter, het eerst plaatste een stuk helderder oogde. Na die publicatie heeft Hansen kennelijk nog eens rustig de tijd genomen om de foto naar zijn smaak te perfectioneren. Dat deed hij door het terugbrengen van de kleurverzadiging, met Photoshop een fluitje van een cent.

De bloggers van het Londense multimediabedrijf Duckrabbit – die het nooit eens zijn met een beslissing van een autoriteit, of dat nu een politicus is of een fotojury – produceerden een vierluik waarin Hansens foto is te zien in kleurzwemen die ooit kenmerkend waren voor analoge films en die nu ook digitaal makkelijk zijn te reconstrueren. En fotodetective Hans Aarsman kon niet nalaten plagering te twitteren: ‘World Press Photoshop.’

Mensen mogen graag oordelen. Waar tijdens de 16de en 17de eeuw in de hier te lande spelende godsdienstconflicten al sprake was van rekkelijken en preciezen, daar kunnen we die benamingen nu goed gebruiken bij het typeren van de hedendaagse wereldwijde photoshop-discussies. Hierboven waren de preciezen aan het woord. Ze vinden dat pietsie kleur meer of minder een gevaar voor de journalistieke waarheidsvinding.

Maar ja, wie weet hoe de kleuren ter plekke waren toen de foto werd gemaakt? En zijn die wel te vangen in een beeld dat technisch gezien slechts is opgebouwd uit rood, groen en blauw? Goed hoor, dat we proberen om het vak scherp te houden met dergelijke discussies. Toch kies ik in dit geval voor het kamp van de rekkelijken. De inhoud lijkt me bij fotojournalistiek belangrijker dan de verpakking.


Dit artikel is ook gepubliceerd op Cultuurblog van Picturae, waaraan Edie Peters met regelmaat bijdraagt.


Een reactie plaatsen