Ongeoorloofd fotogebruik: 3x vangen?

Bijna iedere fotograaf wordt er wel een keer mee geconfronteerd: ongeoorloofd fotogebruik. Erg vervelend. Wat te doen? Indien eenmaal de keus is gemaakt de gebruiker van de foto aan te schrijven, rijst de vraag: hoe groot is de schade eigenlijk?
Normaal gesproken zal de fotograaf schade lijden door ongeoorloofd fotogebruik, zeker indien het om commercieel gebruik gaat. Indien om toestemming zou zijn gevraagd voor publicatie, had immers een (licentie)vergoeding kunnen worden bedongen. Maar welke schadebedragen passen hier bij?

De Fotografenfederatievoorwaarden kennen een triple damages-bepaling: bij ongeoorloofd gebruik komt de fotograaf een schadevergoeding toe ter hoogte van tenminste driemaal de door de fotograaf gebruikelijk gehanteerde vergoeding. Daarnaast is 100% van de door de fotograaf gebruikelijk gehanteerde vergoeding is verschuldigd bij niet-naamsvermelding (en schending van persoonlijkheidsrechten), aldus de voorwaarden.

In een geschil wijst de rechter de extra opslag van 200% wegens ongeoorloofd gebruik echter veelal af, bijvoorbeeld omdat de voorwaarden tussen partijen niet zijn overeengekomen of omdat de opslag het karakter van een boete heeft waar volgens de rechter geen grond voor bestaat. 3x vangen is dan niet aan de orde, slechts de vergoeding die had kunnen worden bedongen blijft over als te eisen schadebedrag.

Hoe hoog is dat bedrag? De rechter mag volgens de wet, bij gebreke van concreet schadebewijs, de hoogte van de schade schatten. Bij zo’n schatting wordt in de rechtspraak regelmatig (maar soms ook niet) gebruik gemaakt van de ‘richtprijzen’ van de Fotografenfederatie, zelfs in gevallen waarbij de Fotografenfederatievoorwaarden zelf – in de relatie tussen fotograaf en opdrachtgever – niet van toepassing zijn. Dit is opmerkelijk omdat de Fotografenfederatie sinds 2004 de richtprijzen niet meer gebruikt. PhotoQ berichtte eerder dat dit is vanwege de vrees een boete te krijgen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa (zie een eerder bericht van PhotoQ hier). Dit betekent ook dat de door de rechter gehanteerde richtprijzen door de Fotografenfederatie vanaf 2004 niet meer zijn geactualiseerd (hoewel er privé-initiatieven zijn en de stichting FotoAnoniem sinds kort een vergelijkbare lijst publiceert).

Wat hier ook van zij, de richtprijzen worden dus wel vaker als uitgangspunt genomen. Dit is voor fotografen een interessant gegeven, indien zij worden geconfronteerd met een auteursrechtinbreuk. Deze prijzen kunnen helpen bij een realistische inschatting van de geleden schade.


Joost Becker is advocaat Intellectuele Eigendomsrecht en Internetrecht bij Dirkzwager te Arnhem (afdeling IE-IT, e-mail: becker@dirkzwager.nl, telefoon: 026-353 83 77).


Plaats een reactie