Schadevergoeding ook bij onbewust schenden van auteursrecht op foto’s

Het gebeurt aan de lopende band: het gebruik van foto’s op websites zonder toestemming van rechthebbenden. Ik heb daarover al meerdere malen geschreven in het verleden. Zeer recent is er een uitspraak gewezen door de Rechtbank Midden-Nederland (Utrecht), in een zaak waarin dit ook aan de orde was. De maakster van de foto ‘Johan Cruijff voor microfoon’ vordert schadevergoeding wegens overname van haar foto op een bepaalde website.
De gedaagde partij verweert zich met de stelling geen kwade opzet te hebben. Dat verweer wordt vaker gevoerd door partijen die aangevallen worden op grond van een auteursrechtelijke inbreukvordering. De rechtbank maakt hier – terecht – korte metten mee: ‘het gestelde ontbreken van kwade opzet aan de zijde van gedaagde doet hier niets aan af. Ook het onbewust schenden van het auteursrecht komt voor rekening en risico van de inbreukmaker.’ Ook de stellingen dat de foto slechts in klein formaat op de website is geplaatst als decoratie bij een artikel en de foto ook in verminkte vorm op tientallen andere websites staat, doet niets aan de inbreuk af.

Dan de schadebegroting. De rechter gaat uit van een bedrag als gebruikelijke licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest indien de gedaagde voorafgaand aan de plaatsing toestemming had gevraagd. De rechter verwijst naar de tarievenlijst van Stichting Foto Anoniem. Hij gaat ervan uit dat de foto van 150 x 150 pixels 1 jaar op de betreffende website heeft gestaan. Volgens de tarievenlijst is dan een licentievergoeding van € 513,00 (exclusief BTW) verschuldigd. Echter, omdat de foto niet op de homepage van de website staat, past de rechter een korting toe van 25%. Wegens het ontbreken van naamsvermelding en verminking van de foto past de rechter wel weer een 25% opslag toe, zodat het gevorderde bedrag aan schadevergoeding toch uitkomt op € 513,00.

Overigens kent de rechtbank aan de algemene voorwaarden van de Nederlandse Fotografenfederatie in dit geval geen betekenis toe (anders dan in andere zaken soms wel gebeurt), omdat de gedaagde partij daar niet aan gebonden is. De gevraagde verhoging van de (gebruikelijke) licentievergoeding wordt afgewezen omdat dat zou neerkomen op een boete, waarvoor de in het kader van artikel 27a van de Auteurswet volgens de rechtbank geen plaats is.

Zoals te doen gebruikelijk in dit soort zaken, wordt de gedaagde (verliezende) partij veroordeeld de daadwerkelijke advocaatkosten van de eiser te betalen. Die worden, inclusief deurwaarderskosten en griffierecht, vastgesteld op een bedrag van € 1.695,37.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:2907

Joost Becker is advocaat Intellectuele Eigendomsrecht en Internetrecht bij Dirkzwager te Arnhem (afdeling IE-IT, e-mail: becker@dirkzwager.nl, telefoon: 026-353 83 77).

Een reactie plaatsen