Ten Haaf Projects opent met Bruce Gilden

Ten Haaf Projects opent met Bruce Gilden

Afgelopen zaterdag opende in de Amsterdamse Laurierstraat Ten Haaf Projects. De eerste presentatie van deze galerie/kunsthandel bestaat uit foto’s die de Amerikaanse fotograaf Bruce Gilden tussen 1968 en 1986 op Coney Island maakte. Dit bekende strand in de directe omgeving van New York trok door de jaren steeds minder kapitaalkrachtige bezoekers. Gilden fotografeert nog steeds bejaarden en ‘working-class people’ op Coney Island: karakteristieke stadsgenoten blijven zijn belangrijkste onderwerp.
Ten Haaf Projects, een initiatief van Justin Ten Haaf, gaat zich toeleggen op ‘de presentatie van het werk van veelbelovende hedendaagse kunstenaars en moderne meesters’. Daarnaast treden Ten Haaf en zijn collega’s op als adviseurs voor particuliere en institutionele collectionneurs.

De tentoonstelling, met 25 relatief kleine afdrukken uit de Coney Island-serie, werd tijdens de opening opgeluisterd door een d.j., een hot dog kar op een bergje zand en een ruim voorziene bar. Er was een mooie opkomst en de gasten genoten van de hot dogs, de drankjes en elkaar. Het werd allengs moeilijker de foto’s te bekijken. De Amsterdamse straatfotograaf Theo Niekus bezocht de voorafgaande avond de lezing van Bruce Gilden in fotomuseum Foam. Hierbij zijn visie op het werk van zijn beroemde Amerikaanse collega.

Bruce ‘Flash’ Gilden
Bruce Gilden (Brooklyn 1946) is hier in de lage landen vooral bekend van het boek Haïti, dat jarenlang voor een ramsj-prijs bij de Slegte lag. Dat lijkt verleden tijd sinds Martin Parr een boek van Gilden in zijn The Photobook: A History opnam. Ik denk dat het Bruce’ beste boek is, Go, dat Parr gekozen heeft. Qua beelden het meest afwisselende en verrassende. Misschien dat zijn manier van werken goed aansluit bij de, voor ons westerlingen, vaak nogal emotieloze uitdrukkingen van Japanners.

Bruce Gilden is niet de eerste de beste. In 1998 werd hij lid van Magnum. Hij is een heel goed fotograaf wiens beelden vooral herkenbaar zijn door extreme close-ups, die ‘in natura’ worden vastgelegd, en … ingeflitst. Zo ontstaat er inderdaad regelmatig een gevoel van je ‘in the middle of the action’ te bevinden. Op Youtube is een filmpje te zien dat ik aan meerdere geïnteresseerden heb gemaild. ’t Is intrigerend hoe hij voor mensen springt, die na ‘the flash’ gewoon lijken door te lopen. Wat dat betreft krijg ik in Amsterdam regelmatig andere reacties. ‘Hé, hij maakt gewoon foto’s’, is iets dat ik bijna dagelijks hoor, of: ‘Kun je dat niet eerst even vragen’. Is dat omdat ik ‘not close enough’ ben? Zo ‘in gedachten verzonken’ als de straatgebruikers van Manhattan blijkbaar zijn, zie ik de hier rondlopende mensen zelden.

Hij legt vaak prachtige, ‘weird’ uitgesneden stukjes werkelijkheid vast, die vaak een bizarre spanning hebben. Maar ik heb bij Bruce ook m’n reserves gehad. Zijn beelden zijn regelmatig ‘witty’, al is dat soms wat voorspelbaar, maar hebben ook een eentonige naarheid. Dit met name wanneer we het hebben over de latere series portretten. Allen zijn op dezelfde manier ingeflitst. Sluipt daarin niet ook een heel klein beetje iets van het uitmelken van een truck die hij zich heeft eigen gemaakt? Bruce wil wel goede foto’s maken maar, als straatfotograaf, niet dealen met het grootste nadeel van het werken op straat, te weinig licht; waardoor o.a. problemen met focussen en beperkte sluitersnelheden ontstaan. Hij wil wel ‘close’, maar zonder scherptediepte-problemen. De manier waarop hij mensen benadert is een kunststukje, maar dat flitslicht is mij niet ‘naturel’ genoeg. OK, het is zijn wereld.

Voor Bruce is de straat een ‘warzone’ en daar hoort wat hem betreft dit harde licht bij. Dat de straat gevaarlijker lijkt te worden voor de loslopende fotograaf, dat is waar. Maar ’t is er toch niet ‘alleen maar’ oorlog? In het bewuste filmpje komt hij twee heren tegen die lachen als hij een foto van hen maakt. Hij zegt: ‘Why do you smile. Don’t smile.’ en maakt dan een tweede foto. Ik denk meteen: ‘Maar dat hoort er toch ook bij? Bij het straatleven?’ Al is ’t crisis, er zullen altijd mensen zijn die lachen. Het boeiende van straatfotografie is juist die opeenvolgende verscheidenheid van emoties en gebeurtenissen.

Eigenlijk is Bruce geen straatfotograaf meer, eerder iemand die de straat als decor gebruikt. Hij is steeds meer een portretfotograaf op zoek naar ‘characters’. Je gaat de straat op en zoekt mensen die iets persoonlijks of raars hebben. En als die ‘characters’ er niet zijn, dan maak je ze door de manier waarop je fotografeert. Zit daarin ook niet iets flauws?

‘It’s all in the details’, zegt hij, en: ‘Start making pictures directly when you are somewhere. You’ll be fresh.’ Daar heeft ie gelijk in. Maar over z’n foto’s had hij, tijdens de FOAM lezing, vaak weinig meer te zeggen dan: ‘He seemed a vulcano to me’, ‘I liked the hat’, ‘The man looked like Orson Welles’ of ‘This is my wifes favorite.’

Maar alla, je kunt lullen wat je wilt, Bruce Gilden heeft wél een eigen wereld geschapen en dat is en blijft bewonderenswaardig.

Bruce Gilden
tot 31 december in Ten Haaf Projects,
Laurierstraat 248 in Amsterdam
Voor beelden uit de tentoonstelling zie: www.tenhaafprojects.com/