Verhouding fotojournalistiek en ngo’s blijft wringen

Verhouding fotojournalistiek en ngo’s blijft wringen

‘Is het een probleem?’ Die vraag stelde presentator Bahram Sadeghi consquent aan alle sprekers tijdens het debat over de verhouding tussen hulpverleningsorganisaties en fotojournalistiek. Arno Haijtema, aanstichter van het debat, vindt van wel. Op het eind concludeert hij: ‘Iemand moet toch kritisch naar die ngo’s kijken.’
Haijtema, redacteur bij het V-katern van de Volkskrant en voorzitter van de Zilveren Camera schreef in februari een stuk in de krant over het fenomeen dat veel non-gouvernementele organisaties (ngo’s) als Artsen Zonder Grenzen, Greenpeace, Oxfam Novib en dergelijke fotojournalisten voor hen laten werken, waarbij aan de orde werd gesteld of deze fotografen wel journalistiek onafhankelijk kunnen werken.

Op dinsdagavond in Pakhuis De Zwijger licht Haijtema zijn artikel toe: ‘Je ziet een sluipende verschuiving waarbij hulporganisaties de taak van de media overnemen. Ik vind daar iets klefs aan zitten.’

Olga Overbeek, beeldredacteur bij Artsen Zonder Grenzen: ‘Bij ons is de kwaliteit van de foto niet altijd doorslaggevend. Ons werk moet in beeld worden gebracht.’

Evelien Schotsman die bij Oxfam Novib verantwoordelijk is voor de fotografie: ‘De hoogtijdagen van fotojournalistiek in opdracht van ngo’s zijn voorbij. Jaren geleden stroomden de fondsen binnen en was er meer vrijheid in de besteding van het geld. Nu is de fotografie gericht op het bewaken van het voortbestaan van de ngo’s. Ook voor ons is het economisch zwaar weer. De budgetten worden minder en zijn meer gericht op branding.’

Haijtema geeft toe dat media een verantwoordelijkheid laten liggen: ‘Kranten laten het meer afweten. Redacties mogen het zich aantrekken dat ze het laten gebeuren dat ngo’s meer met fotojournalistiek doen.’

Vervolgens komt fotograaf Chris de Bode aan het werk. Hij voelt zich thuis bij liefdadigheidsorganisaties, en hij benadrukt dat hij niet zou kunnen werken in opdracht van bij voorbeeld een farmaceutisch bedrijf. ‘Dus die vind je bij voorbaat niet deugen,’ vraagt presentator Sadhegi retorisch. De Bode legt uit dat hij bij werk voor ngo’s genoegen neemt met een lage dagvergoeding omdat hij zijn werk ook aan kranten en tijdschriften nog te koop kan aanbieden. Hij maakt deels foto’s waarmee de opdrachtgever vooruit kan en deels foto’s die hij als fotojournalist wil maken.’

De Bode voelt zich niet geremd om op het podium bijna trots te melden ‘ik ben een hoer’, als hij uitlegt dat de ngo’s vaak meer vragen: ‘Ze verwachten ook van me dat ik publicaties in kranten of tijdschriften regel. En als dat lukt, vragen ze of ik er ook nog een kadertje bij kan regelen met een tekst wat de betreffende organisatie voor werk doet.’

Willem Poelstra laat in een presentatie zien hoe de opdrachtgevers reageerden op een reportage die hij maakte in Den Haag West, een wijk die woningcorporaties en makelaars graag neerzetten als een plek voor een mooie toekomst. De corporaties hadden Poelstra gekozen omdat hij zo journalistiek fotografeert, zo werkelijkheidsgetrouw. Maar toen hij zijn gemaakte werk toonde – met nadruk op het volle Haagse leven van moslims, rommel op straat, zwarte jongeren, een oorspronkelijke bewoonster die haar t-shirt optrekt om een borst te laten zien en meer – volgde een praatsessie met zeven opdrachtgevers die reageerden met opmerkingen als ‘Is dit in de buurt? Het lijkt New York wel’ en ‘Er komen toch ook wel Nederlanders in het Zuiderpark?’

Het moge duidelijk zijn: het werk van Poelstra voldeed niet aan het beeld dat de corporaties wilden geven. Poelstra was verbijsterd, want hij had toch de vrije hand gekregen? Uiteindelijk moest de fotograaf een rechtszaak aanspannen om het afgeproken honorarium te laten betalen. Uiteindelijk met succes.

Daarna vertelt Marieke van der Velden haar verhaal. Ze heeft al zeker 25 reizen gemaakt om te fotograferen voor verschillende ngo’s. ‘Van Schiphol tot Schiphol was ik in dienst van de ngo en werd van de ene plek naar de andere gevlogen en gereden om te fotograferen. Dan ben ik geen onafhankelijke fotojournalist.’

Ze ontdekte: ‘Het dagelijks leven in bij voorbeeld Afrika, met al zijn nuances, is niet urgent voor fondsenwerving. Maar de vraag is of de ngo’s verantwoordelijk zijn voor die eenzijdge beeldvorming. Nee, dat zijn de media.’

Net voor de pauze vertellen vertegenwoordigers van enkele ngo’s hoe ze te werk gaan. Bij Artsen Zonder Grenzen zijn er ruwweg twee mogelijkheden, aldus Olga Overbeek: ofwel een fotograaf gaat mee van begin tot eind en krijgt een vergoeding, ofwel een fotograaf maakt voor een korte tijd gebruik van de facilteiten van Artsen Zonder Grenzen om zelf journalistiek werk te doen.

Hoofd communicatie Robbert Bodegraven van War Child zegt dat zijn organisatie wel faciliteert maar niet een honorarium afspreekt: ‘Wij betalen nooit. War Child werkt alleen op sponsorbasis. Als een fotograaf meegaat, kan hij meestal wel een ticket krijgen – met airmiles – en verder meereizen, eten en slapen.’ Het weerhoudt fotografen niet om met War Child op pad te gaan.

Fotoredacteur Evelien Schotsman van Oxfam Novib legt uit dat haar organisatie in toenemende mate werkt met lokale fotografen, werkend voor een vaste dagprijs die wereldwijd gelijk is.

Als Sadhegi aan het eind van dit rondje vraagt om te antwoorden met alleen ja of nee op de vraag of er een probleem is tussen fotojournalistiek en ngo’s is het antwoord van de ngo-vertegenwoordigers: ‘Nee.’

Dan volgt een column van Adriaan Monshouwer over het twijfelachtige vermogen van journalisten om de werkelijkheid waar te nemen, althans weer te geven: ‘Foto’s liegen de waarheid. ook als de fotograaf eerlijk probeert te zijn. Ik bedoel dat niet als veroordeling, maar als relativering.’ Een vaststelling die hij liet volgen op de beschrijving van zijn ervaring in Teheran in 1987 tijdens de bezetting van de Amerikaanse ambassade, waarbij demonstranten pas actief werden als de lampen van de camera’s aangingen.
De column van Monshouwer is integraal te lezen in deze pdf

Geert van Kesteren legt uit dat hij eerst een onderwerp bedenkt, daarna journalistieke opdrachtgevers probeert te krijgen om het idee uit te voeren en dan ngo’s benadert om het verhaal verder uit te werken in boeken en tentoonstellingen, een werkwijze die hij onder meer volgde voor zijn spraakmakende Why Mister, Why? en Baghdad Calling.

Hebben we een probleem? Van Kesteren: ‘Ja, als je de wereld alleen door de ogen van de ngo’s en pers bekijkt, krijg je een zwartwit-beeld van de werkelijkheid. Ik ben heel erg voor onafhankelijkheid om details naar boven te halen.’

Klagen over geld horen we Van Kesteren niet: ‘Die klacht hoor ik al sinds ik begon met fotograferen in 1990. Er zijn nu ook andere wegen om je werk te laten zien: iPads, internet, musea.’ Hij eindigt met een suggestie: ‘Laten de ngo’s een fonds oprichten van 2 ton waarmee jaariijks een hele goede onafhankelijke productie kan worden gemaakt.’

Net als Van Kesteren bedenkt Robert Knoth zijn onderwerpen zelf. Met opdrachtgever Greenpeace heeft hij intussen een bijzondere band. Die leidde er zelfs toe dat zijn vorm van serieuze fotojournalistiek een goed middel blijkt om langdurig aandacht te trekken: ‘Ik ben nu in de positie dat ze mij vragen om een idee. Greenpeace is eigenlijk heel erg van de snelle acties en de foto’s van banieren die worden uitgerold van een schoorsteen. Maar mijn langlopende project over nucleaire energie is uitgemond in een van de meest effectieve campagnes ooit. Is in 1996 begonnen en loopt nog steeds. Vaak zijn het derde partijen die om de tentoonstelling vragen en is Greenpeace slechts op de achtergrond betrokken.’

Heeft Knoth een probleem? ‘Nee, de media hebben een probleem.’

Directeur Lars Boering van de FotografenFederatie, mede-organisator van de avond vraagt nog aandacht voor het publiek als het gaat om onafhankelijke fotojournalstiek en opdrachten van ngo’s: ‘Dat vraagt zich af: wat is eigenlijk het verhaal, journalistiek of een boodschap van een ngo?’

Sadeghi sluit de avond af met Haijtema. Die vindt dat Monshouwer wel veel journalisten tekort doet door te zeggen ‘we liegen allemaal’.

En Haijtema beëindigt met een oproep: ‘Er moeten mensen zijn die onafhankelijk gaan wroeten. Eigenwijze donders die tegen wetmatigheden in doorgaan.’

Plaats een reactie